Jaco’s weekjournaal

Lekker skiën

April 19th, 2004

Er zijn van die dagen, u kent ze wel, dat het niet allemaal even lekker loopt. Zo’n dag had ik gisteren. Het einde van het skiseizoen nadert, en dus organiseerde de skiclub waarvan wij lid zijn het einde-van-het-seizoens-feest-met-wedstrijden-voor-allen-en-eten-toe.

Zelf zijn wij de gelukkige en trotse ouders van drie kinderen. Een buurvrouw uit ons dorp heeft sinds erg kort ook drie kinderen. Vanwege onze aanbevelingen zijn haar oudste twee kinderen lid geworden van dezelfde skiclub als wij. Daardoor had ik gisteren ineens vijf kinderen te managen
toen de skiwedstrijden losbarstten. Onze kinderen, 9, 7 en 5. En als extraatje Llorenç (6) en Violeta (5). Franka zou beneden blijven, voelde zich niet lekker, en Montse, de moeder van Llorenç en Violeta diende bij Max (0) te blijven. Al was het maar om hem te voeden.

Op het moment dat dit scenario werd ingevuld wisten wij, de ouders, nog niet dat de skiwedstrijden helemaal bovenin het skistation zouden worden
gehouden. En niet, zoals vorig jaar, gewoon beneden bij het restaurant. Is toch anders. Het soort kleine details die het verschil uitmaken tussen
winnen en verliezen, zoals JC het zou zeggen. Hoe het verder zij, de kinderen moesten in de stoeltjeslift, een tweezitter. Suus is voor alle stoeltjesliften groot genoeg. Joep, Tim en Llorenç zijn in afnemende mate vertrouwd met het fenomeen. Bovendien heeft Joep twee jaar geleden bij een val uit de stoeltjeslift zijn kniebanden gescheurd, waardoor zowel hij als Llorenç een enigszins getroubleerde relatie met de stoeltjeslift hebben gehad. Van Violeta wist ik zeker dat ze begeleiding van een volwassene nodig zou hebben.

In tegenstelling tot het vraagstuk van de wolf, de geit en de kool die over de rivier moeten worden gebracht, zijn er allerlei manieren om deze puzzel
tot een oplossing te brengen. De veiligste manier is om als volwassene met steeds één kind omhoog te gaan, terug te skiën, en de volgende mee te nemen. Behalve dat het omslachtig is, moet je er zeker van zijn, dat de kinderen beneden op hun beurt blijven wachten én dat de kinderen die boven aangekomen zijn niet voor de lol naar beneden skiën. En je moet je zelf ook een beetje te vertrouwen zijn.

Uiteindelijk koos ik voor de oplossing waarbij Suus met Llorenç als eerste naar boven zouden gaan (Suus is een kind met een groot
verantwoordelijkheidsgevoel). In het tweede stoeltje wilde ik Joep en Tim plaatsen, waarbij ik de liftbegeleider dacht te gaan assisteren bij het
instappen, mochten zich daar onverhoopt problemen bij voordoen. Bediening van veiligheidsbeugel en uitstapvaardigheden leken me bij dit team ook voldoende. En in het laatste stoeltje Violeta en ik. Alles onder contrôle. Tot mijn intense voldoening liep het op rolletjes: Suus en Llorenç zwaaiden mij vrolijk toe; Joep en Tim, de sneeuw lag hoog onder het instappunt, zag ik de beugel onmiddellijk naar beneden doen. Ik draai me om, om mijn ski’s aan te gaan doen en Violeta op te halen……….. Staat naast mij een grote rode helm verwachtingsvol te glimlachen. Zeg tot tweemaal toe tegen de liftbegeleider dat deze lieve helm niet, ¡ik zeg niet! in mag stappen, waarop deze behulpzame man het meisje optilt (ik denk, om te zorgen dat het aanstormende stoeltje haar niet wegmaait) en in de lift deponeert. Zelf was ik opzijgestapt voor het naderende stoeltje, en kon er dus niet meer bij. Schreeuw, behoorlijk in paniek: Stop, Stop…….Jezus, zet dat ding stop man (dat kunnen ze, die liftbegeleiders) en hoor in mijn oorhoeken de moeder van Violeta hetzelfde gillen.

Tegen de tijd dat ik zover bij zinnen was dat ik de stopknop begon te zoeken, was Violeta 20m verder en 10m hoger. De veiligheidsbeugel onaangeroerd. Zinloos, te laat. Gelukkig goed afgelopen, zoals de meeste bijna-ongelukken gelukkig goed afgelopen. Maar wat duurden die tien minuten lang, lang, voordat ik uit kon stappen en ik alle kinderen gezond en wel kon begroeten. Ik heb er nog steeds een beetje buikpijn van.

Topkoks

April 19th, 2004

Niet dat het iedereen in Nederland voor in de mond zal liggen, maar toevallig hebben wij hier in Catalonië de beste kok van de wereld. Hij heet Ferran Adría en drijft een restaurant dat “El Bulli” heet. Dat betekent geloof ik “Het Fornuis”. En om te illustreren dat ik niet Catalaanse Nationalistische propaganda naklets: het afgelopen half jaar hebben de “New York Times”,” Le Monde” & “The Financial Times” dit gemeld. Althans dat zeggen de Catalaanse Nationalistische kranten.

Zoals het een echte wereldkok betaamt, is hij autodidact. Vrij jong ook (begin 40) en komt hij over als een aardige gast, op zijn Haags. Gastheer, zou hier beter passen. Nou ja, kom je nog eens aan de Catalaanse kust, kun je het je veroorloven een paar ¤¤¤’s aan het eten te besteden. Beslist de moeite waard, tijdig reserveren. Het leukste van Ferran Ardría vind ik dat hij tussen Kerst en Pasen zijn tent sluit. De argumentatie luidt ongeveer als volgt: de mensen hebben in december en begin januari (Drie Koningen, dat is hier Sinterklaas) veel geld uitgegeven. Ze zijn een beetje feestmoe en hebben weinig zin om veel geld aan (uit)eten uit te geven. Bovendien is het aanbod van vers in die periode van het jaar minimaal & duur. Dus Ferran stuurt zijn personeel, op zijn twee beste secondanten na, naar huis en gaat doen wat hij het leukste vindt: koken. Iedere ochtend vroeg gaan ze met zijn drieën naar de markt, kopen wat hen voor de voeten komt, en hup: achter de bulli.

In ieder geval bij de schrijvers van de Michelin-gids is het nog niet bekend dat wij ook best aardig koken. Toch had ik best een beetje het Ferran-gevoel toen ik zondagmiddag met een Yam, twee bakbananen (dat zijn dingen die hier in de bergen pas sinds kort met enige regelmaat op de markt te vinden zijn), een keukenmachine, een pan, een friteuse, een koekepan, zout, peper en kruiden achter het fornuis plaatsnam om een snack te maken die onze kinderen lusten & eventueel later als er gasten zijn nog eens als tapa op tafel kan worden gezet.

Laat ze maar komen die mannen van de Michelin-gids. Wij lusten ze rauw!