Jaco’s weekjournaal

President

May 5th, 2005

Sinds ruim een jaar ben ik president. Met algemene stemmen aangenomen zelfs. Destijds zag ik dat als de culminatie van mijn succesvol verlopen integratie. Bovendien, ik ben namelijk president van het irrigatie,- en brandbluswater van het dorp, met bijna 1400 strekkende meter leiding onder mijn beheer, meende ik dat enige hollandse waterschapswijsheid wellicht een mooi stukje synergie op konden leveren. Ik bedoel: wij Nederlanders hebben een eeuwenlange traditie op het gebied van democratisch bestuurde waterschappen hetwelk daardoor in ons genoom is verankerd. Als erfgenaam van dit gedachtegoed zou ik wellicht uit kunnen groeien tot erflater van de Spaanse cultuur. In één adem worden genoemd met Al-Andaluus, Buñuel, Cervantes, Dalí, El Greco, Felipe II, El Greco en zo het alfabet uit als wegvoorbereider van de introductie van het poldermodel. Het leek me vetcool.

De Spaanse helft van de synergie zou moeten bestaan uit hun kennis van het weer en het verval. Nooit zal ik vergeten hoe twee goede vrienden, in Wageningen afgestudeerde cultuurtechnici nog wel, hun tentje opzetten op een Franse camping. Om er vervolgens ’s nachts achter te komen dat water gewoonlijk naar beneden stroomt. Juist, precies waar zij een mooi vlak plekje meenden te hebben gevonden.
Twee kanttekeningen zijn hier wel bij te plaatsen. Ten eerste is in Spanje al zo’n vijftienhonderdjaar geleden door de Moren op behoorlijk grote schaal min of meer collectief waterbeheer geïntroduceerd en ten tweede is het poldermodel al weer aan een verfje toe, geloof ik.
Over het eerste jaar van mijn bewind valt niet zo veel te melden. Of het moet wezen dat de president gewaar is geworden dat in Spanje, of in ieder geval Catalonië, de president in de ogen van de bevolking meer een uitvoerende dan een protocollaire functie heeft. Ik vraag mijzelf sindsdien soms af of ik om de mij toegedachte werk- of geestkracht ben verkozen.
En deze president heeft de hele winter zitten zweten omdat het water opgehouden was te stromen (¿wellicht bevriezing door ontijdig openen van enkele kranen?) waardoor hij in geval van brand geconfronteerd zou worden met de toorn van het volk.

Het is goed afgelopen deze keer. Het hele leidingstelsel gecontroleerd en bij aankomst bij de inlaat geconstateerd dat deze aan het eind van de herfst door de president moet worden nagezien. In de herfst vallen er namelijk bladeren van de bomen.

Brand

May 3rd, 2005

De laatste vijf dagen een voor ons ongekend lawaai. Af en aan vliegende helikopters en een enkele keer een vliegtuig: brand in de buurt.
Aan het eind van de winter branden de boeren traditioneel de randbegroeiing van akkers en weilanden. Op zich is dat helemaal geen onzinnige handelswijze. Het spaart een hoop werk, het kost weinig, de planten zijn droog en branden goed, de grond is normaal gesproken voldoende vochtig, er zit geen dor blad aan de bomen, bramen en andere onwelgevallige kruiden krijgen een flinke opdonder, mineralen uit de afgebrande planten komen beschikbaar voor de landbouw. Kortom (de balans luchtvervuiling - spuiten ken ik niet) een al eeuwen met succes gehanteerde methode.

Wij (half)stedelingen schrokken ons desondanks bij elke rookpluim de pest, denkende dat ons (privé)paradijs eraan gaat. Na een paar jaar went dat wel en zeg je met de geruststellende zelfverzekerdheid van de ervaren rot, net als iedereen, tegen de nieuwe nieuwkomers dat het hier een “gecontroleerde” brand betreft. Niks aan de hand, gaat u gerust slapen.
Een paar oudere boeren vertelden mij -ook hier heb je pretkijkers- dat dit vroeger inderdaad opging. Alle hellingen werden zo goed als volledig kaalgevreten door eerst de koeien, daarna de schapen en vervolgens de geiten. De paar struiken die aan dit geweld wisten te ontsnappen, kon je derhalve met een gerust hart aansteken. Ook hier is het platteland leeggelopen en dus zijn er onvoldoende beesten om de verwildering van bergweiden tegen te gaan. Gevolg: een gecontroleerde brand van veertig jaar terug loopt in 2005 gemakkelijk uit de hand.
Donderdag begonnen, tot en met vrijdagavond geblust en zaterdagochtend vloog de brandweercommandant over. Hij zag kennelijk dat het goed was, want de helikopters bleven de rest van de dag weg.
Zaterdagmiddag lieten wij de kinderen uit -beetje skaten in het dal beneden- en zagen aan het eind van de middag een rookkolom van ongekende omvang. Bij thuiskomst was het al zo’n beetje donker en konden de kinderen vanuit hun slaapkamerraam de hoogopgaande steekvlammen op de pas achter ons huis zien. Hemelsbreed een kleine kilometer hiervandaan.
Dat is ook voor ervaren bergbewoners zoals wij bedreigend genoeg om iets minder gerust te gaan slapen. Mijn deëscalerend bedoelde woorden dat branden zich “altijd” voortplanten in a) de richting van de wind en b) langs de berg omhoog nam niet élke twijfel weg bij ons kroost.

Toen de brandweer aan het einde van een lange zondag erin slaagde de brand écht te blussen en vervolgens nog tot ruimschoots schemer doorging met nablussen was mijn “welterusten” aanmerkelijk overtuigder.