Jaco’s weekjournaal

Brand

May 3rd, 2005

De laatste vijf dagen een voor ons ongekend lawaai. Af en aan vliegende helikopters en een enkele keer een vliegtuig: brand in de buurt.
Aan het eind van de winter branden de boeren traditioneel de randbegroeiing van akkers en weilanden. Op zich is dat helemaal geen onzinnige handelswijze. Het spaart een hoop werk, het kost weinig, de planten zijn droog en branden goed, de grond is normaal gesproken voldoende vochtig, er zit geen dor blad aan de bomen, bramen en andere onwelgevallige kruiden krijgen een flinke opdonder, mineralen uit de afgebrande planten komen beschikbaar voor de landbouw. Kortom (de balans luchtvervuiling - spuiten ken ik niet) een al eeuwen met succes gehanteerde methode.

Wij (half)stedelingen schrokken ons desondanks bij elke rookpluim de pest, denkende dat ons (privé)paradijs eraan gaat. Na een paar jaar went dat wel en zeg je met de geruststellende zelfverzekerdheid van de ervaren rot, net als iedereen, tegen de nieuwe nieuwkomers dat het hier een “gecontroleerde” brand betreft. Niks aan de hand, gaat u gerust slapen.
Een paar oudere boeren vertelden mij -ook hier heb je pretkijkers- dat dit vroeger inderdaad opging. Alle hellingen werden zo goed als volledig kaalgevreten door eerst de koeien, daarna de schapen en vervolgens de geiten. De paar struiken die aan dit geweld wisten te ontsnappen, kon je derhalve met een gerust hart aansteken. Ook hier is het platteland leeggelopen en dus zijn er onvoldoende beesten om de verwildering van bergweiden tegen te gaan. Gevolg: een gecontroleerde brand van veertig jaar terug loopt in 2005 gemakkelijk uit de hand.
Donderdag begonnen, tot en met vrijdagavond geblust en zaterdagochtend vloog de brandweercommandant over. Hij zag kennelijk dat het goed was, want de helikopters bleven de rest van de dag weg.
Zaterdagmiddag lieten wij de kinderen uit -beetje skaten in het dal beneden- en zagen aan het eind van de middag een rookkolom van ongekende omvang. Bij thuiskomst was het al zo’n beetje donker en konden de kinderen vanuit hun slaapkamerraam de hoogopgaande steekvlammen op de pas achter ons huis zien. Hemelsbreed een kleine kilometer hiervandaan.
Dat is ook voor ervaren bergbewoners zoals wij bedreigend genoeg om iets minder gerust te gaan slapen. Mijn deëscalerend bedoelde woorden dat branden zich “altijd” voortplanten in a) de richting van de wind en b) langs de berg omhoog nam niet élke twijfel weg bij ons kroost.

Toen de brandweer aan het einde van een lange zondag erin slaagde de brand écht te blussen en vervolgens nog tot ruimschoots schemer doorging met nablussen was mijn “welterusten” aanmerkelijk overtuigder.

No Comments

No comments yet.

Sorry, the comment form is closed at this time.