Jaco’s weekjournaal

Pagina-web-perikelen

January 19th, 2007

Erg interessant, leerzaam ook, om eens als deel-leverancier van tekstjes mee te werken aan het tot stand komen van een website, Pagina web heet dat hier in Spanje. Al was het maar omdat daarmee een deel van mijn hoog opgelopen digibetisme kon worden behandeld. Allemaal nieuwe woorden. Mensen in Nederland hebben geen idee hoe het leven is als je aan huis gewoon geen internet-aansluiting kunt krijgen. Als de plaatselijke bibliotheek sinds de zomer van 2002 één meestentijds haperende computer heeft die ook nog voortdurend bezet is door krijsende computerspelletjes spelende kinderen .

¿Hoezo 2004?

De wet van de stimulerende achterstand bracht eerst een klant van ons ertoe zich spontaan aan te bieden om onze webmaster te worden. Vond het toch wel erg houtje-touwtje allemaal, denk ik (bedankt Ton!). Vervolgens kregen mijn kinderen van mijn zus & zwager een gloednieuwe PC, Pentium IV, 2.66 GHz enz. Persoonlijk was ik van plan gewoon door te werken op mijn 486 DX’je. Die deed het al jaren goed, immers? En destijds was het heus een gelikt apparaat, hoor! U begrijpt al waar dit toe leiden zal (bedankt Marian & Tony!). En uiteindelijk, anders kun je dit niet hebben gelezen, hebben wij deze website. Vanuit huis, op de Dell-dimension-4600, via de “bibliotheek-route” dat nog wel, probeer ik deze te voorzien van aktuele informatie en leuks. Zelfs is het mogelijk dat wij nog in het jaar 2004 een internet-aansluiting aan huis zullen krijgen. Leve de verkiezingsbeloften!

Calçotada

January 19th, 2007

Het zou aan mijn gebrekkige kennis van de Nederlandse culinaire tradities kunnen liggen, maar als je mij vraagt: “Noem een vaste combinatie van een datum en het voedsel dat de mensen elkaar voorzetten in Nederland,” dan kom ik niet verder dan:

* 3 oktober, Leidens ontzet: Hutspot,
* 5 december, Sinterklaas: Marsepein, pepernoten & suikergoed,
* 25 december, Kerst: Kerstkrans &
* 31 december, Oud & Nieuw: Oliebollen.

En dan zijn er genoeg Nederlanders die ongestraft spijtoptant kunnen zijn. Minstens twee (Hutspot & Marsepein) van de bovengenoemde eetsels hebben Spaanse wortels. Het mag dan ook niet verbazen dat het aantal gelegenheden waarbij datum/gebeurtenis & voedsel een vaste combinatie vormen in Spanje een veelvoud is van hetgeen ik in Nederland kan verzinnen. En voor Catalonië geldt dit zeker. In zo’n prachtig salontafel-kookboek dat wij hebben wordt bijvoorbeeld de Catalaanse “zoete kalender” gegeven met per jaar acht gebeurtenissen waarbij één of ander gebak wordt genuttigd. En het leuke is: het blijft niet alleen bij borrelpraat. Iedereen doet eraan mee met een vanzelfsprekendheid waar je als Nederlander alleen maar verbaasd naar kunt kijken. (Wij hebben vlaggetjesdag en nieuwe haring. ¿Maar er is toch geen sprake van dat heel Nederland op een bepaalde dag collectief haring naar binnen zit te werken? Nee, wij lezen in de krant hoe dúúr het eerste maatje verkocht is.) Het vergt, naast de aanschaf van een salontafelfähig kookboek, nog heel wat studie voordat je een beetje vat krijgt op dergelijke tradities. (Waarbij je ook kunt uitglijden, uiteraard. Zo kwamen wij vorig jaar bij een etentje met het “dorp”, op Amerikaanse-instuif-wijze georganiseerd, met een heerlijk koude-pasta-gerecht aanzetten. Bleek iedereen een aardappeltortilla te hebben gebakken. ¿Het was de avond van de aardappeltortilla, toch? Inmiddels hebben we zoveel onnozelheids-goodwill opgebouwd dat ook ons pasta gerecht op waardige wijze aan haar einde kwam. We blijven kaaskoppen.)

Een calçotada is een (¡Catalaanse!) samenkomst waarbij in het open vuur geroosterde lente-uien worden geschild, in een hete saus gedoopt en als nieuwe haringen in het keelgat verdwijnen. Iedereen krijgt een pakketje van een stuk of tien in een krant (voor het nagaren) gewikkelde lente-uien, en … eet. En als het op is een nieuw pakket, enz. Er zijn zelfs wedstrijden wie het meeste kan verorberen. Afgelopen zondag waren wij -zoals iedereen mét de hele familie- disgenoten bij een calçotada met zo’n honderd deelnemers. Als ik probeer de sfeer te karakteriseren: gemoedelijke zelfverzekerdheid dat het aangenaam zal worden, zijn & blijven. Iedereen kent elkaar (dat gold niet voor ons, maar wij waren min of meer per ongeluk genood door een Colombiaanse immigrante die nog maar drie jaar in het betreffende dorpje woonde), dus excessen met drankmisbruik zijn bij voorbaat uitgesloten. Ik houd erg van erwtensoep, en misschien klinkt het truttig of arrogant, maar als ik me dan voorstel dat het Nederlandse alternatief het collectief verorberen van fricandellen speciáál zou zijn , dan woon ik toch liever (eetfestijnen) in Catalonië (bij).

Lumina Lumen

January 19th, 2007

Op mijn 14e heb ik samen met mijn buurjongen eens een klein wonder verricht. Als premature welvaartsresten waren er bij ons in de -voormalige- kippenschuur twee bromfietsen terechtgekomen. Vermoedelijk waren de eigenaren inmiddels vierwielig gemotoriseerd. Gewoon weggooien deed je niet in de jaren ‘60, en daarom stonden ze tussen allerlei andere oude rommel begin jaren ‘70bij ons in de schuur.

Beiden waren van het merk Mobylette, de één met voorvering en de motor op het voorwiel, de ander met de motor tussen je voeten, zoals het naar onze overtuiging behoorde te zijn. Wij vonden die voorvering echter wel lauw en besloten daarom de voorkant van de ene brommer te verbinden met de achterkant van de ander.
Zo gezegd zo gedaan. Het welslagen van deze operatie zal meer veroorzaakt zijn doordat Mobylette haar brommertjes baseerde op één basisframe dan ons technisch vernuft, maar na een flinke inspanning onzerzijds stond er een prachtig blinkend gepoetst en nieuw geverfd brommertje achter ons huis. Voorzien van een vérende voorvork en kettingaangedreven achterwiel. Wat waren wij trots.
Dit verhaal was ik allang vergeten toen wij onlangs een auto in Spanje gingen importeren. Het is geen nieuwe, maar overigens een prachtige MPV en hij heet Lumina. Hij werd ons geschonken door onze meceanea m&m, waarvoor wij hen aanvankelijk heel erkentelijk waren.
Auto’s importeren is nog een heel gedoe, vooral als het een Amerikaan is. Amerikanen hebben namelijk allemaal rode achterlichten (remlicht, nachtverlichting, maar ook knipperlichten). Let maar eens op als je naar een amerikaanse politieserie kijkt. Rode knipperlichten zijn in Spanje verboden (in Nederland óók, maar daar doen ze niet zo moeilijk want onze Lumina had daar bijna tien jaar lang probleemloos rondgereden) zo werd ons verteld bij de toelatingskeuring.
¿Hoe kom je in Spanje aan nieuwe, want gedeeltelijk oranje, achterlichten voor een Chevrolet Lumina? Bij de importeur! Dat had je gedacht. De Chevrolet Lumina bestaat helemaal niet in Spanje! Franka kijkt wat beter om zich heen dan ik en zij had in Esterri d’Aneu (dat is waar onze kinderen op school zitten) een Chevrolet Lumina zien staan. Zei ze. Het bleek nog te kloppen ook. Deze auto had, al of niet door de importeur, aangepaste achterlichten. Er was een soort oranje ruitje in geplakt, heel netjes gedaan. Zou ik niet kunnen.

Inmiddels had de garage achterlichten van een Pontiac ontdekt in Andorra. Voor Euro 453,60/stuk konden wij die daar gaan ophalen. Een flink bedrag, te meer daar nog niet zeker was of de auto met in-orde-bevonden-verlichting wél geïmporteerd zou kunnen worden.
Op dat punt kwam er iemand op het werkelijk lumineuze idee om de achterlichten tijdens de keuring te verwisselen met die van de andere auto. De eigenaar vond dit -merkwaardig genoeg- geen enkel bezwaar. Onder het motto: “Die dan leeft..” ging ik gewapend met schroevedraaier en tangen de auto te lijf. (Om onduidelijke reden mocht mijn garagehouder absoluut niet aan zijn wagen komen. Of ik haalde die lampen er zelf af, óf ik had geen lampen.) Bij de keuring werd ik evenwel weer weggestuurd omdat er nog steeds een rode én een oranje lamp tegelijk knipperden of remden.
Mijn garagehouder mocht nog steeds niet aan die andere auto komen, dus ik moest gaan ontdekken hoe de bedrading afweek van onze Lumina. Nu weet ik in ieder geval dat auto’s tegenwoordig behoorlijk wat bedrading hebben. Wij ontdekten de omleiding van het remlicht, leenden ondertussen ook even de knipperlichtunit, want anders kwam er te veel stroom waardoor de knipperlichten blíjven branden. Door de speciaal overgekomen auto-ingenieur werd onze Lumina nu Spanje-waardig bevonden.
Alle papieren zijn nu in orde, dus hopen wij binnenkort onze nieuwe kentekenplaten te mogen ontvangen.

Voor alle zekerheid heb ik vanmorgen die andere Lumina maar gekocht als reserve-onderdelen. Voor de prijs van één achterlicht heb ik nu 1700 kg (niet rijdende) auto. En hoef ik die achterlichten niet meer terug te zetten.

Van mijn Mobylette liep bij de eerste rit na 150 m de achterband eraf. We hebben hem nooit meer aangeraakt.

Gastarbeid

January 19th, 2007

De afgelopen winter hobbelde er steeds een wat onduidelijke man over de weg naar ons dorp heen en weer. Al naar gelang zijn en onze voorkeur van stijgen of dalen overeenkwamen namen we hem wel eens mee. Hij deed wat onduidelijks bij de bouw van twee nieuwe huizen in ons dorp. Naar het zich liet aanzien was hij een soort dagloner die de weg naar omhoog insloeg om zijn geluk te beproeven. Als je hem zag, en dat was vaak, stond hij meestal buiten bij het vuur handen en lijf te verwarmen. Werken zag je hem eigenlijk nooit.
Op zeker moment kwam ik hem tegen in de bar beneden. Naar zeggen was hij stukadoor van professie, hetgeen een plausibele verklaring vormde voor zijn schijnbare inactiviteit: stukadoors werken meestal binnen. Aangezien ik werk genoeg heb, en bovendien niet erg bedreven als stucadoor, was de deal snel gemaakt. Hij zou na voltooiing van zijn werkzaamheden aan het werk gaan bij de verbouwing van het huis van mijn broer en neef. Om de kosten van pensions uit te sparen wilde hij wel slapen in het in aanbouw zijnde huis, waartegen ik geen bezwaar maakte.
Op zekere dag word ik gebeld -hij heeft zelf geen telefoon- door zijn vorige opdrachtgever of ik Jaime’s spullen op kan komen halen. Blijkt bij aankomst, ’s avonds om negen uur, dat Jaime uit voorzorg zijn pension alvast heeft opgezegd. Of was aangezegd, want de grote intocht van de paasweek begon net die dag.
Tja, en wat doe je dan als politiek correcte burger met een alleenstaande, half-marokkaanse, op straat staande pensionbewoner in het hartstikke donker als er nog totaal geen sprake is van wat voor bed dan ook in een donker koud huis op twee kilometer slecht begaanbaar gaans? Je geeft hem een bed.

Drie nachten verder -hij had ook nog een klusje in een ander projekt van me in ons eigen dorp- wist ik hem het huis uit te werken onder het mom dat wij gasten kregen. Hetgeen overigens ook zo was, maar qua ruimte had het nog wel gekund, zal ik maar zeggen.

Ongeveer één keer per twee dagen rijdt hij nu mee naar beneden om boodschappen te doen. Om er zeker van te zijn dat hij niet ’s avonds laat voor onze deur staat met een zielig verhaal over de lange weg naar boven die hij nog te gaan heeft, breng ik hem daarna met de auto door omhoog.
De kinderen, wat minder politiek correct dan ik, zitten letterlijk met dichtgeknepen neuzen in de auto als zo’n ritje toevallig samenvalt met het halen of brengen van hen.
Hij stinkt ook. Maar mijn politiek correcte ik twijfelt hem een douche aan te bieden in ons huis. Want hoe krijg ik hem dan weer terug in zijn caravan?