Jaco’s weekjournaal

Het eeuwige leven

March 27th, 2012

Ik ben een bible-belt-baby. Niet iedereen weet het, maar Benthuizen, waar het gebeurde, maakt deel uit van een klein biblebeltje in Zuid-Holland. Op zich is dat niet zo erg. Je merkt het haast niet aan me - meen ik. En het heeft ook zijn leuke kanten.
Toen Suus tweeëneneenhalf was, werd mijn vader ziek en gingen wij terug naar Nederland. Suus speelde vaak met het buurmeisje van mijn ouders waar wij logeerden. Op een zondagochtend kwam dit buurmeisje met de rest van de familie langs het huis van mijn ouders ge-schre-den. Anders kan ik het niet omschrijven, die lichamen zijn op zondagochtend ineens van een andere, minder plastische consistentie. Desondanks herkende Suus haar vriendinnetje. “Ze heeft een raar hoedje op!” gilde ze enthousiast. Rende naar de voordeur en sprintte richting haar vriendin. Inhalen is natuurlijk een koud kunstje met zo’n tegenstandster en in geen tijd had Suus het hoedje van het meisje afgepakt. Wat nu? Haar vriendin mocht natuurlijk niet spelen! Dus niks achter Suus aanrennen om haar hoedje terug te krijgen. Bedremmeld keek zij naar haar ouders. En Suus keek volkomen uit het veld geslagen naar haar en naar ons? Dat bedoel ik. Deze scene had zich in een ander deel van het land niet op dergelijke wijze kunnen voltrekken. Leuk!

Ik kwam op deze herinnering omdat ik belangrijk nieuws heb te melden. Reden waarom ik dit stukje de titel heb gegeven die het heeft. Als BBB heb je nét ff meer gevoel voor zo’n begrip: “Het eeuwige leven”, denk ik.
Voordat ik ga onthullen over welk eeuwig leven ik het heb nog een korte overweging. Hoewel ik altijd vergoeilijkend zeg: “Dat mijn ouders niet van de echte zwarte kousen waren en later in hun leven zelfs overgestapt zijn naar een echte niet-zwarte-kousen-kerk”, heb ik als kind toch heel wat uurtjes in zo’n naargeestig kerkgebouw doorgebracht. De voornaamste reden dat mijn ziel niet openstond voor de van de kansel verkondigde boodschap was nu juist deze. “Van eeuwigheid tot eeuwigheid den HEERE loven met psalmen”, dat was de dagvulling in de Hemel waar ik als dank voor goede diensten én niet te vergeten de Barmhartigheid van den HEERE die voor ons aan het Kruis gestorven was een kansje op-zou-kunnen-maken. En als kind fantaserend over mijn voorland, zittend in dat kerkgebouw met al die uitgestreken gezichten Psalmen zingend in de oude berijming, op heele nooten op muziek gezet opdat het vooral niet leuk zou klinken, besloot ik dat ik dan toch maar moest Neederdalen ter Helle! Erger dan tot in der eeuwigheid in die kerk zitten, nee, daar kon ik mij echt niks bij voorstellen. Zo godvergeten saai!

Dus het eeuwige leven in de traditioneel christelijke betekenis van het woord zal ík hoogstwaarschijnlijk niet beërven. (Je krijgt het niet zomaar in die kringen, je beërft het). Maar de RABARBER wel!
DE RABARBER waaraan ik al twee keer eerder een stukje wijdde in de loop van het vorig jaar, die Rabarber die ik als aandenken uit de tuin van mijn ouders heb gehaald, heeft het OVERLEEFD. Hosannah! En ik meen het. Gisteren liep ik enigszins plichtmatig (met zo’n zondagochtend-walk) langs de plekken waar ik vorige herfst de wortelstokken had ingegraven waar ik met goede wil & rijke fantasie levende knoppen in wilde herkennen. Gaten gevuld met zelfgemaakte compost, en God zegen de greep, dat was het overheersende gevoel destijds.

Franka zei, met wellicht meer gevoel voor realiteitszin dan ik, dat het misschien wel onmogelijk is om rabarber dood te krijgen. Dus dan zou de plant van zichzelf het eeuwige leven beërven? Dat geloof ik dan weer niet. Het is toch mijn inzet die een beloning heeft gekregen om zo niet het eeuwige, dan toch een langer leven voor de plant te bewerkstelligen.

Ajax

December 1st, 2011

Al weken loop ik ermee rond. Iets melden over wat er door de heer Johan Cruijff en zijn discipelen (10, net ééntje minder dan de echte) bij Ajax op stapel wordt gezet. Natuurlijk kun je je afvragen is dat dan belangrijk? Belangrijk genoeg in ieder geval om al tijden de kolommen van de sportkranten in Nederland te vullen.
Vooruit. Wat ik mis in alle analyses en deskundigen-praat is de -volgens mij- oorzaak dat de heer Cruijff zich plotseling zo druk maakt over de club die hij in 1973 verliet omdat de andere spelers een beetje ziek van hem werden. En niet te vergeten die zak met pesetas terwijl hij net bij Ajax een contract van één miljoen had ondertekend. Oude wonden helen wel, maar vergeten is weer iets anders. Ajacied ben je voor het leven.
Vervolgens nog wat vage toezeggingen om in ‘78 het WK te voetballen en in ‘94 te trainen. Beide keren met een hoop schulddoorschuiven niet door gegaan als ik me goed herinner.
Welnu, de reden dat hij voor de zoveelste keer als verlosser langs komt? Doodeenvoudig, hij is er bij Barcelona uitgegooid. Tijdens het voorzitterschap van Laporta (2003-2010) was Cruijff hier de gevierde man. Hij zocht de trainers uit (Koeman, ging net niet door, toen Rijkaard en vervolgens Guardiola) hij benoemde de technisch directeur (Begiristain) en werd in 2010 zelfs tot ere-voorzitter benoemd. Vlak voordat Laporta’s tweede en laatste termijn zou verstrijken.
De opvolger van Laporta, Sandro Rossell is geen vriend van Cruijff. Sterker nog, hij heeft een bloedhekel aan én Laporta én aan Cruijff. Het feit dat hij destijds als bestuurder technische zaken Rijkaard wilde ontslaan om uiteindelijk zelf gedwongen te vertrekken heeft daar wel iets mee te maken.
Dus toen hij tijdens de verkiezingscampagne aankondigde als één van de eerste daden van het nieuwe bestuur de zijns inziens illegale benoeming van onze Johan tot ere-voorzitter aan de ledenraad voor te zullen leggen, koos onze Johan eieren voor zijn geld en leverde zijn lintje in. De technisch directeur werd niet ontslagen, maar Rossell had al wel een kandidaat voor zijn opvolging klaarstaan. Begiristain weg, Zubizaretta in. Zubizaretta is toevallig ooit door Cruijff weggestuurd omdat hij een “lijnkeeper” zou zijn en Cruijff een meevoetballende keeper wilde. Busquets heette die grabbelaar voor de mensen met een beetje geheugen. Zubizaretta bleef nog jarenlang keeper van het nationale elftal en is dus geen vriend van Cruijff.
Tenslotte benoemde Rossell ook nog Carles Rexach, ooit hulptrainer van Cruijff, tot “speciaal technisch adviseur”. Rexach heeft toen Cruijff destijds werd ontslagen het hoofdtrainerschap tijdelijk overgenomen. Rexach is namelijk zo iemand met blaugrana bloed (blaugrana is blauw-rood in het Catalaans, de kleuren van Barcelona) die het liefste onder de middenstip wordt begraven. Cruijff heeft de goede man daarna nooit meer een woord waardig geacht. Rexach is dus ook niet zo’n vriend van Cruijff.
Guardiola, de huidige trainer, heeft weliswaar onder Cruijff in het dreamteam gespeeld, maar is nooit een echte Cruijffiaan geweest. En Rossell kon hem na het winnen van al die titels natuurlijk al helemaal niet wegsturen.

Kortom, Cruijff is hier bij Barcelona op een zijspoor beland. En de goede man moet nu eenmaal altijd ergens zijn zin doordrijven cq zijn rol van intrigant botvieren. Dus volgens mij is dat de ware achtergrond van dat jullie in Nederland de kranten al maanden gevuld hebben met de Ajax-soap.
Die van Paul Römer vond ik wel erg leuk: “Ik heb aan Sinterklaas gevraagd of hij Johan mee terug naar Spanje wil nemen en hem daar voortaan houden!” Zou hij het weten?

Rabarber 2 (en slot?)

November 7th, 2011

De langste dag komt eraan. Voor mij betekent dit onder meer dat de rabarber, die kennis heb ik uit de boekjes, niet meer getrokken mag worden. Vanaf de langste dag laat men de rabarber met rust opdat deze de energie in het wortelgestel kan opslaan om volgend jaar weer stelen te kunnen geven.

De plant waarover ik een tijdje geleden schreef, die van mijn ouders en nog andere zoete herinneringen,  kwam het voorjaar redelijk door. Een beetje minnetjes, een blad of acht, maar alive. Een paar dagen geleden oogstte iemand vijf van de acht bladeren. Er waren er nog drie over,  en ik dacht: “Gevaarlijk, maar gelukkig heeft degene die het oogsten deed in ieder geval nog genoeg overgelaten om mijn verjongingsplan kans van slagen te doen hebben.”

Tot vandaag. Er stond ineens rabarber op tafel. Vermoedelijk, ik krijg niet alles mee, omdat een Canadese vriendin van ons op bezoek is die erg van rabarber houdt. Vorig jaar groef ik voor haar een plant uit die inmiddels is overleden door overdadig oogsten. Zij wist het niet, van die langste dag. Nu wel, en ze beloofde mij een maand geleden toen ik een nieuwe voor haar meenam dit jaar niet te oogsten. Maar dat was een plant van de zaaifamilie. Heb ik verder niks mee. Alleen geen zin om elk jaar een half uur te graven om haar een nieuwe te leveren.

Aan de kleur van het gerecht meende ik de herkomst te zien. Ren zonder iets te zeggen van tafel naar de plek waar de plant staat.

Stond.

Weg. Geen blad meer te zien. Kwaad was ik. Mijn plant! Mijn goede voornemens om de verontachtzaamde erfenis van mijn ouders nieuw leven in blazen: verdampt?

We zijn nu een uurtje verder. De boosheid is grotendeels gezakt, maar nog niet helemaal weg. Ik moet een beetje om mezelf lachen, dat ik me er zo druk over maak. Aan de andere kant wringt nog de verontwaardiging. Waarom niet even met mij overlegd? Wie verzorgt immers al die planten hier?

En we zijn weer een aantal maanden verder. Ik kan nu melden dat nadien de plant nog twee miezerige blaadjes heeft voortgebracht. Ondanks begieten en beplassen (goed voor de stikstof!) in de zomer toch geleidelijk aan verdroogt. Het staat toch een beetje raar als ik op twee meter afstand van een kamperend gezien sta te urineren, vind ik.

Het is nu de tijd om de wortels op te graven, te scheuren en opnieuw te planten in weelderig bemeste plantgaten. Durf ik niet zo goed, of ben ik eigenlijk een lui beest? Volgend voorjaar hoort u het.

On(der)wijs

November 7th, 2011

Soms kijk ik wel eens naar het nieuws in Nederland op internet. Vandaag is er een actie op drie scholen dat er meer mannen voor de klas moeten. Vanwege het rolmodel naar het schijnt. Je kunt er natuurlijk over twisten –dat kan tegenwoordig geloof ik- of zo nodig in ieder beroep het aantal mannen en vrouwen precies of bijna gelijk vertegenwoordigd moet zijn. Het lijkt me eigenlijk een beetje een ouderwets uitgangspunt.

De portefeuille onderwijs in het huidige kabinet –jullie kabinet, ben ik geneigd te zeggen- wordt vertolkt door ene meneer Halbe Zijlstra. Volgens zijn curriculum heeft hij het VWO afgerond in Oosterwolde en is daarna naar de Hanzehogeschool gegaan in Groningen om marketing te doen én heeft hij, in 1996, zijn studie sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen afgerond. Bravo Halbe!

Halbe was vandaag op één van de drie actievoerende scholen te gast om daar uit te leggen dat het ministerie de PABO’s van harte steunt om het sexe-evenwicht op school te veranderen. Halbe zei dit:

“Staatssecretaris Zijlstra zei op de school in Scheveningen dat in 2020 30% van de leraren man moet zijn (nu 15%)”

Een mooie uitspraak van een VVD’er die een rechts kabinet vertegenwoordigt, maar, afgezien van het feit dat iets eerder in het artikel al werd gezegd dat 85% van de leerkrachten in het basisonderwijs vrouw is, hetgeen de meeste lezers tot de conclusie zal voeren dat derhalve 15% van het mannelijk geslacht is, is de vraag: Wat zegt de goede man nu eigenlijk?

Laten we eens het volgende veronderstellen:

-de gemiddelde tijd dat mensen werken bedraagt 40 jaar (25-65);

-tussen nu en 2010 zijn er nog 8 schooljaren te gaan (de meeste juffen en meesters hebben al een aanstelling voor deze jaargang);

-het percentage mannen moet stijgen van 15-30%;

-de leerkrachten die nu onderwijs verzorgen zijn wat betreft leeftijd & sexe evenredig gedistribueerd over de populatie (anders wordt het erg ingewikkeld);

-de uittreding van leerkrachten vanuit het onderwijs is verwaarloosbaar klein;

-de totale populatie blijft gelijk.

Wat betekent dit dan? Dat er tussen nu en 2020 20% van de leerkrachten stopt met werken ivm het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Van de 100 leraren die nu een aanstelling hebben gaan er 20 weg. 3 mannen en 17 vrouwen. Dus er blijven er 80 over:

12 mannen en 68 vrouwen.

We willen naar een verdeling 30/70. Dus van die twintig nieuwe zijn er 2 (70 - 68) vrouw en 18 man (30 -12).

Zou één van de meiden die nu op de PABO zitten misschien aan Halbe kunnen uitleggen waar ze noch in Oosterwolde, noch aan de Hanzehogeschool noch aan de RUG in zijn geslaagd? Dat politici voordat ze gaan kwaken gewoon hun boekjes van de basisschool eens door moeten kijken? Helpt enorm, Halbe!

Hoogtevrees

September 3rd, 2011

Drie dagen geleden zouden Tim, Suus en ik een top gaan beklimmen. Twee eigenlijk, want Tim was er speciaal voor thuis gebleven (de rest was al afgereisd naar Nederland) en wilde graag de paar dagen dat ik vrij voor hem kon/wilde maken optimaal benutten. Het geval wilde dat er in de loop van de middag regen voorspeld was, dus op het laatste moment besloten we de twee geplande toppen te laten schieten en in te ruilen voor één andere. Dichterbij, sneller terug dat was het argument. Een goed argument ook, want aan het eind van de middag, na een hevig onweer bij ons thuis, zag ik dat het gehageld had vanaf ongeveer 2500m. En onze top was nog altijd 2747m. Daar wil je niet op staan met een hevig noodweer.

Dat is het eerste goede nieuws. Tim en Suus zijn ook boven geweest, ook goed nieuws. Ik niet. Waarom?

Nou, omdat ik een paar meter onder de top, na een lastige klauterpassage (wij kwamen vlak daarvoor drie mensen tegen die hun klimgordels gingen uittrekken op het punt waar wij even pauzeerden voor onze “topaanval”) ineens doodsbang werd. Hoogtevrees. Nooit eerder serieus last van gehad. Nooit meer dan “oeps” hier kun je beter niet verder lopen. En nu ineens: paniek! Hoe kom ik straks weer terug langs dat enge randje boven die afgrond van minstens 200m? Spieren verkrampen, waanbeelden over “dan maar springen” of “val ik hier niet af waar ik nu zit”. Lastig. Gelukkig, en dat was ook goed nieuws, kon ik meteen bij het begin van de angstaanval tegen de kinderen zeggen: “Ik ben bang, ik stop.” En op hun vraag of zij wel verder mochten –het was immers een stukje van niks wat ook nog makkelijker leek te zijn dan de voorgaande twintig minuten- kon ik vrij ontspannen antwoorden: “Ja hoor, als jullie maar voorzichtig zijn.”

Dan zit je daar. Onder je die passage waarvan je geen flauw idee hebt hoe je daar langs moet (112 bellen, helikopter vragen? Was een paar dagen daarvoor nog gebeurd had ik toevallig in de krant gelezen. Op dezelfde top ook nog, meende ik mij te herinneren. Wachten tot er andere mensen boven komen die wel touwen bij zich hebben? Toch maar springen?)

Boven je twee van onze kinderen waarvan je toch wel graag wilt dat ze heelhuids beneden komen. Wel stoer om hen niet lastig te vallen met je eigen angst, maar daar in je eentje zitten wachten is niet bevorderlijk voor de gemoedsrust. Toch maar doorgaan dan en het rustgevende gevoel verkrijgen dat ze beiden gezond, wel en vrolijk op de top zitten. Schreeuwen: “Kom terug!” en horen ze je dan wel, want hoe ver is het eigenlijk nog?

Wat is wijsheid? Het boekje: “Hoe te handelen bij een aanval van hoogtevrees voor dummies?” had ik in ieder geval niet bij me, dus teruggeworpen op mijzelf. Ineens –één minuut, vijf minuten, een kwartier later?-  kwam de klimmer die tegelijk met ons aan het laatste stuk begonnen was voorbij. Via een andere passage, en dat is misschien wel mijn redding geweest, al besefte ik dat toen nog niet. Hij zei: “Je hebt twee erg stoere kinderen!” en vervolgde zuchtend en kreunend zijn weg.

Op mijn plaats blijven zitten maakte mij bepaald niet rustiger. Verzitten ook niet. Ogen dicht en proberen te ontspannen, ook dat leverde weinig op. Dus ben ik maar op de paar meter die ik kon overzien en me binnen mijn mogelijkheden van dat moment toeschenen heen en weer gaan klauteren. Twee meter op, twee meter af. Geen idee hoe lang ik dat gedaan heb, maar ik kan me voorstellen dat het vanuit de hemel gezien een koddig gezicht moet zijn geweest: “Wat wil die man?” Na een poosje kon ik weer vrij rustig gaan zitten. En nog een tijdje later hoorde ik de stemmen van de kinderen, leek het. Het was ook zo. Beetje babbelen over hoe de top was (leuk!) en naar beneden. De sleutelpassage vermijdend (via de route van de man die na ons kwam) ben ik naar beneden gegaan.

Rest de vraag: “Heb ik nu voor de rest van mijn leven hoogtevrees of was dit een éénmalige oprisping?” We gaan het zien, maar voortaan neem ik wel touw en gordel mee bij passages die als “lastig” beschreven worden.

Moerbeien & wielewalen

August 14th, 2011

Midden voor ons huis staat een moerbeiboom, een zwarte. Dat is leuk & vooral ontzettend lekker. Ze smaken zoet en ook een beetje zurig waardoor ze heerlijk fris zijn. Persoonlijk klassificeer ik ze als de lekkerste vruchten die ik ken. Franka maakt er een Goddelijke saus van die in combinatie met citroenmousse een all-time-classic op ons menu is.

De boom is in elk geval zo oud dat onze vorig jaar op 84 jarige leeftijd overleden buurvrouw een uit haar kindertijd daterend litteken op haar scheen had, veroorzaakt door een te gulzige greep naar de vruchtjes. De daarop volgende val deed de rest. Les: de takken van moerbeibomen zijn niet geschikt om in te klimmen. Ze breken.

Misschien telt de boom zelfs honderden jaren, want een aantal in omvang vergelijkbare bomen staat hier niet ver vandaan bij een al 300 jaar verlaten klooster. Mooi fresco is er ook nog te bekijken. Les: monniken houden van moerbeien.
Hoe het verder zij, ook allerlei vogels mogen zich graag vergrijpen aan de moerbeien, waardoor de boom soms op een volière van KBV’tjes (Kleine Bruine Vogeltjes) lijkt. Niet alleen KBV’tjes, ook wielewalen weten er wel raad mee. Maar wielewalen zijn volgens alle boekjes schuwe vogels. In de afgelopen vijftien jaar had ik een keer of drie ’s ochtends tussen zes en zeven uur een wielewaal in de boom gezien. En dat is niet zo vaak als je bedenkt dat ik in de zomer rond die tijd elke ochtend mijn koffie & sigaret consumeer op drie meter afstand van de boom. Zodra ik de geringste beweging maakte, was de wielewaal weg. Mooie vogels, knalgeel met zwart en een rode snavel. Ze zijn zo’n voorbeeld van een kennelijke evolutionaire abberatie en daardoor met bijeneters en ijsvogels de kleurrijkste vogeltjes die je in West-Europa kunt zien. Die kleurstelling zou een verklaring voor hun schuwheid kunnen zijn.

Als ik ’s ochtends echter moet kiezen tussen een wielewaal bekijken en een slok koffie of een trekje aan mijn sigaret, weet ik het wel. Die geringste beweging werd dus altijd snel gemaakt.

Tot deze zomer dus. Ik rook nog steeds (weer) en over mijn koffieverslaving valt ook niets nieuws  te melden. Over die wielewalen des te meer. Na een schuchtere start begin juli zijn ze nu helemaal los. Dagelijks, ’s ochtends én aan het eind van de middag strijken er vier wielewalen neer in de moerbei om daar een kwartiertje luid tetterend rond te hippen.

De vraag dringt zich derhalve op: Wat is er aan de hand met de wielewaal? Een nieuwe evolutionaire ontwikkeling? Voedselschaarste waardoor de moerbeien hun laatste toevlucht zijn? Wie zal het zeggen. Leuk is het wel, zolang ze een paar vruchten laten hangen voor de toetjes van onze gasten natuurlijk.

Oude Schulden

June 11th, 2011

Bij de uitdrukking: “een rekening vereffenen” komen bij mij beelden bovendrijven van enigszins louche uitspanningen waar ineens een leger maffiose types binnenstaat om de boel kort & klein te slaan. Een filmische fantasie wellicht. Hoewel er in allerlei criminele milieus afrekeningen voorkomen.

Dat was wel het laatste wat ik hoopte in gang te zetten toen ik op vakantie aan het mijmeren was over het bouwen van een paar huizen. Kastanje als gevelbekleding. Geen onderhoud, dus geen chemische rommel, mooie vergrijzing, wordt een beetje in de buurt gekapt. Aardig ecologisch verantwoord alternatief, dacht ik.

Al memoriserend kwam mij X. voor ogen, waarvoor ik een jaar of vijftien geleden eens kastanje naar Nederland had vervoerd vanuit het zuiden van Frankrijk. Tegenwoordig typ je dan “X” in en met een beetje geluk staat hij zo op je scherm. Nu ook. Dus ik stuur een mailtje met het verhaal en hoe het er verder mee gaat (Wij hadden al lang geen contact meer gehad.)

Als antwoord kreeg ik een mailtje dat ik een rekening niet had betaald. Althans, nooit een rekening gekregen, slechts de toezegging: “dat verrekenen we nog wel eens”. En het klopte, na enig nadenken. Dus ik bied excuses en alsnog betalen aan. Het was er stomweg niet van gekomen, “X” had mij geholpen met een klusje van een goede dag vlak voor wij in ‘99 naar Spanje gingen, en bij terugkomst twee jaar later in verband met het overlijden van mijn moeder, nooit verder gedacht dan dat het vermoedelijk rechtstreeks met de opdrachtgever was verrekend……….Slap verhaal, maar het is toevallig wel waar.
Nare situatie, evenzogoed. Want de ruime anderhalve dag werk uit begin ‘99 (en niet uitgevoerd zoals afgesproken) kwam mij nu op een rekening met het prijspeil van 2011 in Nederland voor twee dagen werk te staan. En dat vond ik belachelijk. Ik vond: prijspeil ‘99 + inflatie is genoeg. Tenslotte had mijn debiteur best ooit weleens aan de bel kunnen trekken en/of mij kunnen melden dat het werk niet helemaal naar behoren was uitgevoerd, maar vanwege die en die reden toch helaas………

We zijn er niet prettig uitgekomen. Jammergenoeg.

Ik verwacht geen gemaskerde mannen over de vloer, maar zo ja, u weet hoe het komt (’99 + inflatie heb ik wel betaald bracht hij bloedend uit).

Virus

May 8th, 2011

Het seizoen is aanstaande. Dat roept herinneringen op. Leuke, meestal, sommige wat minder. Maar dan zit ik weer met de vraag: “Kun je mensen afzeiken die zich niet kunnen verdedigen?”. Tenslotte bepaal ik wat ik plaats. Regelmatig wringt het een beetje. Dus vooruit, ik deel met de lezer een ervaring van afgelopen zomer.

Ik begin met een citaat: “Deze mail maak ik thuis vanaf mijn eigen laptop op een moment dat ik volgens plan nog in Spanje zou zijn, kamperend op jullie camping. Ik wil je met klem vragen om onze aanbetaling van 60 (!) euro terug te betalen. Immers, wij hebben niet onze reservering geannuleerd, we zijn komen opdagen. Maar in de gereserveerd periode kon jij ons op Lo Closo geen normale, gezonde – virusvrije- kampeeromstandigheden bieden. We hebben dus een aanbetaling gedaan voor een dienst die jij niet hebt kunnen leveren.”

Wat was er aan de hand? Vorige zomer werden wij getroffen door een virus. Eerst één jongen die net van een andere plek afkwam. De kip, dachten de ouders. Er hadden die avond vijfentwintig mensen bij ons gegeten. Allemaal kip, verder niemand ziek. Kippen krijgen echter altijd de schuld, dus ook nu. Gelukkig werd zijn vader een dag later ziek. Kip exit.

Het water! Na de kip is meestal het water aan de beurt (aardbevingen op Haïti, u kent het wel). Dus samen met één van Nederlands vooraanstaande drinkwaterdeskundigen, die was er toevallig ook, alle bronnen van het dorp nagelopen. Hij dacht van niet. Ook al niet vanwege het patroon wat zich steeds herhaalde: één lid van een gezin, een dag later één of twee anderen. Gelukkig(!?) was er een jongetje die in verband met een zware operatie en gevaar voor afstoting van zijn transplant alleen bronwater dronk. En die werd ook ziek. Water exit.

Zelf werd ik alsmaar niet ziek, maar ik liep wel rond met een door bloedvergiftiging geteisterde hand. Dat kon ook best wel de bron zijn, dachten sommigen. Beetje raar, want ik was helemaal niet ziek, maar goed, zo’n ingezwachtelde hand ziet er wel gevaarlijk uit blijkbaar. Nooit serieus genomen, deze hypothese. Bloedvergiftiging exit.

Dat virus sloeg wel heftig om zich heen. Obama’s seal-forces zijn er kleine jongens bij. Dus ik begon nieuwkomers te waarschuwen: let op je persoonlijke hygiëne, je kunt ziek worden, duurt gelukkig maar één dag enz.

Zo ook bij deze mevrouw X. die ik hierboven letterlijk citeer. Halverwege de ontvangst nam Franka het over omdat ik dringende bezigheden had. Bij thuiskomst een half uur later kon ik het gezin nog net zien vertrekken. Ze “konden het niet aan” hadden ze tegen Franka gezegd. En een paar dagen later dus dit mailtje.

40% van de Nederlanders heeft minimaal één keer per jaar last van buikloop. Meestal veroorzaakt door een virus. Verkoudheid en griep, beiden meestal veroorzaakt door een virus, treft minstens 90% van de Nederlandse bevolking.

Als er ooit een actiegroep wordt opgericht met als lemma: “Alle virussen de wereld uit, om te beginnen  uit Nederland!” word ik van harte hoofdsponsor, dat begrijpt u.

De Bus

May 5th, 2011

Sinds vorig jaar rijdt er een bus rond het Nationaal Park Aigües Tortes enz. Half rond eigenlijk. De bus rijdt vanaf Espot naar Boï, via de Bonaigua-pas. En dat niet minder dan twee keer per dag. Speciaal voor ons, toeristen. En het is reuze handig: als je aan onze kant begint, Espot dus, kun je ’s avonds met de bus terug. Geen gedoe met auto’s naar het eindpunt brengen. Je stapt gewoon op de bus. Simpel.

Te makkelijk blijkbaar want de dienstregeling is nergens te vinden. De bus die rondrijdt is beschilderd met ALSA. Dat is precies de busmaatschappij waarover ik op onze site aan het zeuren ben. Niks bijgeleerd. Kennelijk vangen ze een leuke subsidie (er wordt gezegd dat ALSA eigendom is van Florentino Perez, de voorzitter van Real Madrid, en dat dáárom de tak in Catalonië zo slecht draait - je kunt altijd slachtoffer willen wezen, denk ik dan maar) en zijn ze vergeten vast te leggen in de voorwaarden dat de dienstregeling door ALSA openbaar wordt gemaakt. Of hóe.

Op het bushokje bij ons beneden hangt nog de dienstregeling van vorig jaar, laten we hopen dat alles bij hetzelfde blijft, want ik geef hier de tijden voor de wandelaars zonder auto, of zij die hun ecologische voetafdruk ook op vakantie willen beperken.

Espot - Boï  09.27 v 12.24 a
17.42 v 20.39 a

Boï - Espot  09.00 v 11.57 a

17.30 v 20.27 a

Vroeger gingen de mensen vanuit onze streek in Boï in bad. Echt waar! Ik heb me altijd afgevraagd of dat nou een beetje loonde, zes uur teruglopen door de bergen na een verfrissende douche. Nu kan het, wat zal het heerlijk ruiken in die bus.

Rabarber

April 11th, 2011

Ik zal niet snel zeggen dat ik “groene vingers” heb. Toch heb ik wel iets met tuinen & plantjes. Eerst en vooral omdat het een tijdverdrijf is dat je noodgedwongen naar buiten brengt. De meeste activiteiten kun je bovendien uitvoeren, ik hoop dat ik niemand beledig, ik zal niet zeggen met het verstand op nul, maar zonder dat het een héél grote geestelijke inspanning van je vraagt. Er zijn ook mensen die beweren dat het wroeten in de aarde ontspannend werkt omdat het je verbindt met de oorsprong, de aardstralen of weet ik veel. Dat lijkt me kletskoek van flow-zoekers, bezig zijn met je handen terwijl je geest de vrije loop krijgt & neemt lijkt me meer dan voldoende verklaring, maar dit terzijde.

Een andere (eigen)aardigheid is dat het je met het leven verbindt. Zonder nu zelf als vaag te worden bestempeld: ik geef twee voorbeelden. Op mijn 13e kreeg ik van Sinterklaas, maar eigenlijk van mijn oma, mijn eerste kamerplant voor mijn niet lang daarvoor verworven eigen kamer. Een nietig exemplaar van de Asperagus asperagus. Voor de niet-ingewijden en iets jongeren: een groene plant met sprieten waaraan kleine, dunne, ongeveer 2cm lange blaadjes zitten. Erg populair in de de jaren ‘70 van de vorige eeuw. Mijn niet aflatende zorg en liefde, en vermoedelijk een portie genetische aanleg, zorgden in geen tijd voor een flinke bos fris groen op mijn kamertje. Want frisgroen kun je ze wel noemen, de sierasperges.

Verhuizing na verhuizing, jeugdliefde na jeugdliefde, de asperge ging mee.  In mijn studententijd was de plant lange tijd vergezeld van een hele groene familie. Later bleef zij als enige over. Mij af en toe herinnerend aan mijn al jaren overleden grootmoeder. Zoals in honderd jaar eenzaamheid de grootmoeder langzamerhand weer de vorm aanneemt van de ongeboren vrucht die zij eens was, namen de afmetingen van mijn plant ook weer bijna de vorm aan die zij eens had toen ik haar kreeg. Op mijn 31e is de herinnering aan mijn oma op ruwe wijze, buiten mijn macht, medeweten en goedkeuring, geaborteerd. Dat is weer een ander verhaal.

Nadat mijn ouders waren overleden heb ik een rabarber-plant uit hun tuin gehaald. Rabarber als levende herinnering. Bovendien was het de enige groente, naast appelmoes, die ik als kind lustte. In beide gevallen zal het aan de suiker hebben gelegen. Ik heb ook een keer een pak rabarber-zaadjes gekocht waarmee ons hele terrein is overgroeid. Maar deze ene, je voelt hem al een tijdje aankomen, neemt een aparte plaats in.

De afgelopen maand schoten overal de rabarberplanten de grond uit. Op de bezonde plekken iets eerder, in de schaduw wat later. Overal waar ik rabarber weet te staan kwamen de knoppen de grond uit die zich in een paar dagen tot aardige bladeren ontwikkelden. Overal? Nee, niet overal. Rabarber is óók een wortel-vermeerderaar, dus er kwamen planten op op plaatsen die ik helemaal niet verwachtte. De plant uit de tuin van mijn ouders echter, die zag ik maar niet.

Tot vanmiddag! Het eerste blad heeft zicht ontvouwd. Blij was ik en vervuld van goede voornemens: goed bemesten dit jaar, in het najaar scheuren en vermeerderen enz. Alsof je volgende week stopt met roken. We zullen zien, maar leuk is het wel!

Next Page »