Jaco’s weekjournaal

Tim

February 22nd, 2005

Onze Tim wil later wel tekenaar of beeldhouwer worden. Om de mensheid vast een beetje te laten wennen aan zijn stijl, publiceeer ik hier alvast een kunstwerk van de “jeugdige Tim van Noort”.
Vorige week een poging met hem ondernomen om iets van papier-maché te maken. Een kunstenaar moet experimenteren met verschillende materialen, dacht zijn vader. Binnen vijf minuten en acht keer tussentijds handenwassen gaf hij op. Hij houdt niet van plakkende vingers.

kunstwerk

Een ander bijzonder talent is zijn opvliegende karakter. Vroeger als hij iets probeerde te tekenen en het resultaat niet geheel aan het beeld in zijn hoofd beantwoordde, verscheurde hij in elk geval de tekening, brak nog wat potloden en/of smeet de beker met kwasten door de kamer. En kreeg Franka (of ik, zijn zus of broer in deze volgorde) de schuld. En tegenwoordig is dit niet veel beter.

Op school daarentegen gedraagt hij zich alsof het welzijn van de totale mensheid afhangt van zijn gedrag. Sociaal tot de graad dat zijn juffrouw ons meldt dat zijn grootste probleem op school bestaat in het onvermogen om het iedereen naar de zin te maken. Ons Timmetje lijdt zichtbaar als er tevéél kinderen met hem willen spelen, zo rapporteert zij.
Op onze repliek dat hij wellicht dáárom zus, broer, vader en moeder (in deze volgorde) in de thuissituatie fysiek maltraiteert doet slechts een wenkbrauwfrons aan de andere kant van de tafel ontstaan. ¿El Tim? ¡No pot ser! (Tim? Dat bestaat niet!)
Vanavond ging ik hem ophalen van het voetballen. Alle kinderen keurig in hun jas, alleen Timmy zag ik aanvankelijk nergens. Na enige tijd ontdekte ik achter in de sporthal twee vechtende kereltjes waarvan één mijn zoon was. Oké, volgens zijn juf houdt hij wel erg van stoeien. Mijn zoon was echter op een op de grond liggende tegenstander aan het inschoppen.
¿Moet ik nou blij zijn dat hij gelukkig toch niet zo schijnbaar perfect is, of hem op zijn donder geven omdat hij een ander kind mishandelt?

Een goed gesprek dan maar. Het was noodweer/zelfverdediging, zei hij. Tsja, waar eindigt de zelfverdediging en begint de aanval? En wat noem je nog gerechtvaardigde vergelding? Vragen waarmee menig mondiaal-aktief politicus dagelijks worstelt.

Wellicht kunnen ze bij Tim terecht voor een maat-advies.

Joep

February 10th, 2005

Onze kinderen, ik schreef het al eerder in verband met Suus’ schoolprestaties, zijn ambitieus. Daar is niet zoveel mis mee, maar ik ben toch ook wel een jongen van het poldermodel. Je best doen is mooi, daardoor goed presteren leuk meegenomen, maar je moet er toch niet al te veel ophef over maken.

Daarnaast bestaat er nog zoiets als ouderlijke trots. Bij de schoolprestaties heb ik amper weet met wat voor rapporten de rest van de klas thuiskomt, en dus weinig aanleiding om de resultaten van onze kinderen de hemel in te prijzen. Bij sport is dat anders. Zodra er een skiwedstrijd wordt gehouden borrelen vanuit mijn binnenste primitieve instincten op. Tegen de kinderen zeg ik: “Geniet ervan, lekker skiën, het maakt niks uit of je 1e of 10e wordt.” Maar als de wedstrijd begint, volg ik de opgenoemde tijden intensief, kijk hoe de concurrenten én de kinderen skiën en sta zeker niet als laatste bij het uitslagenbord te kijken.
De skileraar vertelde me na afloop dat hij heel wat met Joep te stellen had gehad voor de wedstrijd. Zijn leeftijdscategorie moest namelijk lager op de piste starten dan de rest. De andere kinderen uit zijn skiklas mochten wel het hele parcours afskiën. Hij vond dit onterecht & onrechtvaardig.
Joep werd vooral begin dit jaar als “kleintje” en nieuwkomer bij de club zonder carveskies & cluboutfit flink gepest en ik heb het gevoel dat hij sportief revanche wilde nemen op die grote jongens. En dat mocht hij dus niet (ik betwijfel of het gelukt was, maar de intentie was er).

Wij hebben een kampioen, maar die rotjongens zeggen nu weer tegen hem: “Jij hebt maar de helft van het parcours afgelegd, geen wonder dat jouw tijd sneller is dan de onze!” En Joep weet dat het waar én niet waar is. Zijn parcours was korter, maar lang niet de helft, iedereen moet op gang komen, dus zijn zestien seconden zijn ongeveer vergelijkbaar met de 24 seconden van de beste “oudere”. Hij kijkt me vol machteloze frustratie aan, en ik voel met hem mee.
Mijn stille hoop is dat hij, inmiddels met zijn zojuist aangeschafte nieuwe carveskies, in de loop van het seizoen al die etterbakkies eraf ragt. Indien noodzakelijk ben ik zelfs bereid mij in de baan van een aanstormende concurrent te werpen om diens mogelijke overwinning op mijn zoon te voorkomen.

En voor als mijn droom niet uitkomt publiceer ik vast een fotootje waarbij Joep op de bovenste trede van het podium staat. Dan is die alvast binnen.

Joep op het hoogste podium

Sagrada Familia

February 10th, 2005

Afgelopen weekend zijn we met Joke naar Barcelona geweest. De toerist gespeeld, en dus hebben we een paar trekpleisters van allure bezocht: het Aquarium, het wetenschapmuseum wat sinds het is gerenoveerd (¡het eerste interactieve museum van het Iberisch schiereiland!) CosmoCaixa heet en ook de Sagrada Familia.
Het was leuk, niet in het minst om te zien wat een paar jaar schoolgaan in Catalonië voor invloed op de jeugd heeft. Bij de eerste bewuste confrontatie met de Sagrada Familia op vrijdagavond stond Tim, die over twee weken zes wordt, met beide handen in de lucht te juichen en te springen, onderwijl uitroepend: “de Sagrada, de Sagrada”. Alsof Ronaldinho of Eto’o zojuist het beslissende doelpunt voor Barça tegen Madrid had gescoord waarmee het komende kampioenschap definitief in “ons” voordeel was beslecht.

Goed, die eeuwig in aanbouw zijnde suikertaart maakt niet alleen op Tim een onuitwisbare indruk. Voor de Catalanen is Gaudí wel iets meer dan een rare koekenbakker die onder invloed van geestverruimende middelen een uit de hand gelopen verrassing voor de bruiloftsgasten heeft bereid. Hij is niet alleen de God van de ornamentiek, bovenal de God van de techniek.
(Nu word ik even technisch, u kunt verdergaan bij de volgende alinea.
Hij slaagde er namelijk in om steenconstructies een “licht” aanzien te geven.

Hij maakte daarbij vooral gebruik van parabolen en imiteerde de vertakte groeiwijze van bomen. In CosmoCaixa wordt een en ander geadstrueerd met behulp van -overigens erg instructieve- metalen plaatjes die onder invloed van de inwerking van een externe kracht vervormen. De speciale belichting laat het krachtenverloop in de constructie zien door kleurverandering in het metaal. In iedere Inleiding in de Bouwkunde staat wel een foto van de maquette die Gaudí maakte van zijn levenswerk met behulp van kettinkjes die aan het plafond worden opgehangen. Bij de spiegel die hieronder gehouden wordt, kun je dan de contouren van de “Sagrada” herkennen. Gaudí was natuurlijk een kind van zijn tijd (eind 19e eeuw) en in Spanje liepen ze een beetje achter. Gewapend beton behoorde derhalve niet tot zijn bouwkundig arsenaal. Totdat van zijn opvolgers wel en die hebben voor de zekerheid toch maar gekozen om alle bomen en parabolen van gewapend beton te maken. Wel zo dat het lijkt alsof het allemaal van natuursteen is gemaakt. Hoe Gaudí hier tegenaan kijkt, zullen we nooit weten. Als God van de ornamentiek zal hij het wel waarderen, denk ik.)

Tijdens de beklimming van de torens kreeg ik het beeld van de plaatsing van het laatste ornament over honderd jaar op de toren die de kerk uiteindelijk, dubbel zo hoog, moet gaan bekronen. Heel Barcelona is uitgelopen, Paus Johannes Paulus II -niet dood te krijgen- is aanwezig voor de weiding die zal plaatsvinden na plaatsing van het Vrijheidsbeeld-achtige gevaarte, en…..

Het beeld staat.

De hijsbanden worden losgemaakt en er barst een oorverdovend gejuich los. De menigte begint te klappen, harder, ritmischer totdat er een extatisch opzwepende drum ontstaat.

Het einde van dit droompje laat ik aan uw fantasie over.

Een hint: bouwkundigen zeggen altijd dat bij het ontwerpen van een constructie niet alleen de sterkte, doch ook de stabilteit in ogenschouw dient te worden genomen.

wegwezen.nu

February 1st, 2005

Als u nu leest wat ik hier opgeschreven heb, heeft u kennelijk niets beter te doen. Dat gold voor mij ook tijdens het schrijven. Of in ieder geval geen zin, en dat geldt voor mij zeker.
Mijn webmaster Ton is teruggekeerd naar Nederland en probeert zich een inkomen te verwerven via het net. Dat is blijkbaar niet meer zo gemakkelijk als, zeg, tien jaar geleden, dus probeer ik hem een beetje te promoten.

In mijn visie zijn de meeste mensen spelletjesverslaafd, en de meeste Nederlanders zeker als daarmee iets te verdienen valt. De bewijsvoering loopt van Eén van de Acht via Lingo naar Idols, en lijkt me waterdicht.
Dus heb ik ten behoeve van het opstoten in de vaart der volkeren van Ton en zijn nieuwe project een spel bedacht mét daaraan verbonden een leuk prijsje.
Wat dacht u van een gratis reisje Eindhoven-Girona of Amsterdam-Pau of Charleroi-Carcassonne mét één gratis overnachting voor 2 personen halfpension in Lo Closo?
Deze fantastische prijs kunt u winnen als u de onderstaande tien zinnen in de goede volgorde zet en met behulp van de roodgedrukte letters het wachtwoord ontdekt. Indien u dit wachtwoord naar mij toemailt (kan zonder postzegel) maakt u kans op onze prachtige hoofdprijs!

En, u heeft al gewonnen, want iedere inzender, krijgt hoe dan ook een gratis consumptie aangeboden op Lo Closo. (niet meer dan één per e-mail adres).
Kunt u nog langer wachten? Grijp nu uw kans en maak kans op deze geweldige prijs!

¡Doe het, nu!

1) Op de luchthaven sprak de hakkelende employé van de autoverhuur: “Uw Focus rijdt net weg…., we……, ze……. neemt u toch ge-genoegen met deze Croma
2) Dus even via internet (www.wegwezen.nu) vliegtickets en auto besteld en een bestemming (www.locloso.com) geregeld.
3) Toen de aardige boerin en haar man hen het laatste stukje van de weg wezen, waren. zij dan ook dolgelukkig eindelijk hun bestemming te hebben bereikt.

4) Het sterrencluster waarin ons zonnestelsel zich ophoudt, noemt men de melkweg; wezenlijk verschillen van andere sterrenwolken doet het echter niet. .
5) Dus waarheen maakte hen niet zoveel uit, wat zij wilden was wegwezen, ¡NU!
6) De rest van de dag hadden zij in de kolkende auto doorgebracht waarbij zij elkaar onderweg wezen op leuke bezienswaardigheden om de verveling te verdrijven.
7) Een uurtje voor het bereiken van hun bestemming werden ze op een onbewaakte overweg bijna gegrepen door een aanstormende trein, waarna zij elkaar midden op de overweg wezenloos aanstaarden.
8) Niet het doel, maar De Weg, We, Zen, zijn de middelen.
9) Dan móet dit de goede weg wezen, zei de vrouw.
10) De honden kwamen luid blaffend op de auto afgerend, ¡wegwezen.nu! zei de man, voor zijn doen heel dapper. Opgelucht haalden beiden adem, na een dag vol avonturen zag hun bestemming er uitnodigend uit!

Het wachtwoord luidt:……………………………jacovannoort@hotmail.com

Cokkie 4 dokkie 2

January 27th, 2005

Onze oudste twee kinderen, Sokkie 5 5 sokkie en Jokkie 4 2 pokkie, zijn ziek en ter tijdverdrijving spreken ze daarom in code met elkaar. De sleutel om de code te ontcijferen is als volgt: cokkie 4 dokkie 2 = code. Ik word er hardstikke gokkie 2 sokkie tokkie 4 4 rokkie dokkie van.
Eén van hun geheimen ( Tokkie 3 mokkie mocht vandaag wel thuisblijven maar niet meedoen omdat hij nog niet snel genoeg kan spellen) is volgens mij dat ze hier op school vanaf hun eerste kleuterjaar worden volgestampt met de klinkers . (Terwijl de helemaal niet bestaat. Waarschijnlijk zouden zokkie 6(?) niet begrijpen terwijl dit voor mokkie 6 wel logisch is.) Het komt er dus op neer dat ik bij elk cokkie 6 fokkie 2 rokkie hevig moet gaan nadenken over wat die cijfers betekenen, terwijl zij al weer bij hun volgende woord zijn aangeland.
Wij waren als ouders al buitengesloten als ons kroost besluit Catalaans met elkaar te gaan praten, maar het geeft wel te denken dat ik zelfs het Nederlands wat ze met elkaar spreken niet meer kan volgen.

Suus

January 11th, 2005

Zelf weet ze het nog niet, maar op Suus haar school zijn krachten aan het werk om haar een klas over te laten slaan. Op zich is dat niet zo raar, want zij is maar vier weken te jong voor de volgende jaargang. Fysiek en sociaal-emotioneel behoorlijk ontwikkeld (ook in de klas boven haar zou zij de langste van het stel zijn) en op het vandaag ontvangen rapport schreef de leerkracht dat zij: “in alle vakken vooruit liep op het niveau van de klas”. Nu geloof ik niet dat Suus hoogbegaafd is, maar praten doen die van ons allemaal genoeg op school, ambitieus zijn ze ook, dus wellicht vindt de juf het wat rustiger lesgeven zonder dat bijdehandje op de eerste rij?
Hoe het zij, vier jaar geleden, toen zij van kleuter- naar basisschool ging, hebben wij nagedacht over het fenomeen. Destijds vooral ingegeven omdat ze toen in een dubbelklas zat en haar vriendinnetjes in het jaar-hoger had. Doordat klassen overslaan hier niet gebruikelijk is en onze angst voor haar mogelijke taalachterstand (sinds kort is ze aangesteld om als persoonlijk begeleidster bij een zojuist uit Ecuador gearriveerd meisje te tolken van Catelaans naar Spaans en weer terug), is het destijds niet verder gekomen dan wat voorzichtige voorzetten onzerzijds aan haar toenmalige juf bij het oudergesprek. Die ging daar niet op in. En als buitenlander, bovendien bekend met het hoogbegaafden gezeur in Nederland, wil je niet te veel aandringen.
Inmiddels zit ze in het Nederlandse equivalent van groep 6 en gaat ze elke dag fluitend naar school. Er valt natuurlijk wel eens wat voor, maar over het geheel genomen is ze als scholier, naar mijn beoordeling, een gelukkig mens.
Nu een klas opschuiven betekent straks een jaar eerder het huis uit, wat Franka niet erg aanstaat.
Nu een klas overslaan betekent ook het risico dat de puberteit -die ook een stuk dichter voor de deur staat dan vier jaar geleden- haar zou kunnen isoleren. In mijn eigen jeugd was het in de zesde klas na zwemles belangrijk te zien hoe het schaamhaar zich ontwikkelde (bij mij niet, vandaar misschien mijn angst?).

En zonder kompleet te zijn betekent nu een klas overslaan ook dat de reaktie van de kinderen in háár en de andere klas op zijn minst onzeker is. En weleens meer impact zou kunnen hebben dan vier jaar geleden “per ongeluk” in het verkeerde lokaal terechtkomen.
De vraag is welke vragen je jezelf als ouder moet stellen in zo’n geval. ”¿Wordt ze er gelukkiger van?” is waarschijnlijk de fundamentele. Wie of wat geeft mij echter handvaten, psychologische onderzoeken even buitensluitend, om die vraag om te zetten in concrete, onderling weegbare, operatoren?
Het gemakkelijkste is natuurlijk om de juf voor te stellen haar wat extra taakjes te geven. Ik ben bang dat we daar op den duur toch “niet mee weg komen.”

Druiven

January 11th, 2005

De onzalige decembermaand weer overleefd & het nieuwe jaar begonnen op zijn Spaans.

Dat betekent géén vuurwerk, waar ik niet bepaald om treur. Als puber mocht/wilde/moest je naar buiten met oud & nieuw, maar de gillende keukenmeiden mét knal bezorgden mij meer hoofdpijn dan de drank de ochtend daarop. Om de feestvreugde te completeren werd je dan ook nog eens aangevallen door halfdronken, naar parfum riekende, geblondeerde, te zwaar opgemaakte, oudere & onbereikbare meiden van het type MS of ID die je hun luidruchtige gelukwensen in & aan je oor kwamen toevertrouwen. U begrijpt het al: als enigzins eenzelvig, in zijn diepst verlegen, jongetje, was opgroeien in een plattelandsdorp slechts zelden aanleiding tot extatisch geluk. Overigens zitten genoemde vrouwen voorzover mij bekend tegenwoordig keurig achter de geraniums. God is rechtvaardig.
In Spanje houdt men om twaalf uur een bakje met twaalf druiven gereed. Voor ¤ 2,69 kun je die ontpit en -veld in een blikje kopen, maar je ware is natuurlijk mét. De bedoeling van dit gezelschapsspel is dat je bij elke slag van de klok een druif in je mond stopt. Indien de missie slaagt heb je na twaalf klappen de druiven op en jezelf hiermee voor elke maand van het jaar voorspoed en geluk toebedeeld. De klok op de Spaanse tv gaf een paar proefslagen waardoor ik met een voorsprong van drie begon, en toch met twee druiven bleef zitten. De consequenties (¿wie stuurt mij eens het nieuwe groene boekje op?) hiervan ken ik niet. Het meest waarschijnlijke lijkt mij dat ik vijf mindere maanden moet doorstaan in 2005.
Een andere Spaanse gewoonte is het dragen van rood ondergoed met de jaarwisseling. Aangezien dit ondergoed in het openbaar gewoon onder de overige kledij verborgen blijft (¡dat was MS noch ID overkomen in de jaren ‘70!) en ik te druk was met het openen van de champagne & mijn twaalf druiven, ben ik er niet aan toegekomen om de details van dit gebruik te weten te komen van onze Spaanse gasten. (De associatie met stierenvechten is wat al te goedkoop, vind ik.)

Een paar jaar geleden wel een setje voor Franka gekocht, maar we weten eigenlijk niet zo goed wat we ermee aanmoeten.

Misschien iets voor Suus later.

PS De initialen zijn niet gefingeerd. Met MS wordt echter niet mijn schoonzusje bedoeld..

Twee cola

December 14th, 2004

Het maken van “bruggetjes”, in de betekenis van het overgaan tot een ander onderwerp als ware dit vanzelf voortgekomen uit het voorgaande, dateert van ná de tijd dat wij onszelf hier begonnen te vestigen.

Wij zijn dus nooit erg bekwame bruggenbouwers geworden in talig opzicht. Gewoon één van de vele uitdrukkingen die, al of niet voorbijgaand, worden opgenomen in je al of niet actieve vocabulaire. Passief in ons geval dus, met een licht gevoel van irritatie als de uitdrukking voorbijkomt. Zowel een hoog Mart Smeets als e-rijken gehalte, zoiets.
Het zal dan ook niet verbazen dat ik met enige vilein kan melden dat mijn privé-inburgeringscursus inmiddels zover is gevorderd dat ik moeiteloos het woord “puente” in de mond neem. “Puente” betekent brug. Op zijn Catalaans zeg je “pont”, zonder “t” uitgesproken en dat lukt ook nog wel. Spanjaarden en Catalanen gebruiken hun bruggen voor het aanduiden van lange weekenden. Oorspronkelijk om aan te geven dat een nationale feestdag bijvoorbeeld op donderdag met het daaropvolgende weekend werd verbonden door een algemene vrije dag: De Brug.

Een weekend waarbij de feestdag op zaterdag of zondag valt, wordt ook aangeduid met brug. Een korte brug in dat geval. En hoewel er tekenen zijn die wijzen op verandering in de vastgeroeste patronen: heel Spanje stapt in de auto om, voorzover de file’s dat tolereren, naar het tweede huis te crossen bij een puente en te ontspánnen.
Wij zitten nu midden in een top-puente van vijf dagen (langer kunnnen ze niet zijn) en het is een drama. De winkels hebben rijen (”rij” = cola in het spaans) voor de kassa tot voorbij de vleeswaren die trouwens al dagen zijn uitverkocht, de geldautomaten van alle banken zijn leeg, de mensen staan bij ons nu tot drie uur lang in de file om bij het net geopende (¡immers puente!) skistation in de rij te kunnen gaan staan voor de kassa, daarna voor de skiverhuur en vervolgens de lift, de wc die al verstopt is geraakt en de automaat met versnaperingen.

In Spanje is het de gewoonte om de consumpties aan een afhaalbar eerst te betalen en dan met je kassa-bon je bestelling bij een ander persoon, in een andere rij, te doen.
Juist op dit punt van de inburgeringscursus kan ik nog wat bijscholing gebruiken, zo bleek vandaag.

¡Dos Cola, por favor!

Smak

December 14th, 2004

De uitdrukking:”hij/zij zie het leven als een film aan zich voorbijtrekken” of woorden van gelijke strekking, kan natuurlijk niet ouder zijn dan voornoemd verschijnsel. Het is derhalve de vraag of een opeenvolging van beelden, inclusief vertragingen, in- en uitzoomen, door de hersenen worden geproduceerd als aangeleerd proces of niet. Van de werking van de hersenen weet ik niks, maar gisteren had ik wel film.

Ik viel namelijk. Iedereen valt weleens. Ik waarschijnlijk iets vaker dan de meeste iedereen, maar zoals gisteren was ik nog nooit eerder gevallen. Ná mijn val moest ik regelmatig denken aan een andere uitdrukking, en wel deze: “hij voelde de grond onder zijn voeten wegzinken (of zakken)”. De uitdrukking lijkt mij te zijn ontstaan in de moerassige delta van de Rijn en aanpalende stromen. Ik kan u echter verzekeren dat het voor bergachtige streken de moeite zou lonen een adequate vertaling te maken.
Eén van mijn buren wilde een stuk dak van een in verval geraakte schuur renoveren en had daartoe mijn hulp ingeroepen. Ter vervanging van verrotte dakbalken lieten wij ons oog vallen op oude palen van de PTT die al jaren niet meer worden gebruikt en slechts dienen ter horizonvervuiling. De palen zijn ooit voor de eeuwigheid met gif behandeld en verkeren in goede staat.
Onze vierde paal stond scheef. Desondanks stond de verankeringsdraad strak (in de richting van de scheefstand). Dit had mij aan het denken kunnen (en moeten) zetten. Dat gebeurde echter pas achteraf. Van dat denken bedoel ik. Bij het doorknippen van de eerste draad leek de tweede nog ietsje strakker te trekken. Vreemd, dacht ik, oppassen dat er straks niks in mijn gezicht zwiept. Ik wendde mijn hoofd af en knipte opnieuw.
De PTT heeft bij de aanleg van de bovenleiding naar ons dorp de weg zo’n beetje gevolgd. De weg loopt voor een deel door een kloof. Met behulp van dynamiet en het bouwen van muren is de weg destijds aangelegd. Beneden in de kloof kun je ’s zomers canyonningen. De spandraden van de telefoonpalen gaan natuurlijk niet naar de weg, maar opzij, naar de vangrail, als er helemaal niks is, of zover naar beneden als de terreinomstandigheden dit toelaten. Mijn spandraad was ongeveer drie meter beneden het wegdek vastgemaakt aan een rotsblok.

¡Knip!

Het rotsblok verkreeg eindelijk de vrijheid waarnaar het al zo lang verlangde. Gekluisterd als het al die jaren aan de telefoonpaal was geweest met twee stomme ijzerdraadjes. Met een tevreden gevoel deed het dat wat zijn vriend de zwaartekracht hem steeds toefluisterde. ¡Kom! ¡Kom met mij mee! ¡Beneden zul je gelukkig zijn!
Tegen en bovenop dit rotsblok leunden, stonden, lagen of zaten ongeveer één kubieke meter stenen, aarde & gruis. En bovenop die kubieke meter een mens. Dat was ik.
In tekenfilms blijft de held in zulke gevallen nogal eens hangen aan een boomtak onderweg. Het is niet overdreven om te zeggen dat ik wanhopig graaiend probeerde het stammetje van een struikvormige steeneik te pakken. Ik weet niet of ik hem even heb vastgehad en met mijn ene hand mijn neerstortende lichaam niet kon stoppen of dat ik gewoon miste, maar als Superman ben ik niet geboren.

¡Kut!

Banaal maar waar, ik dacht het. En ook dat ruggelings vallen in ieder geval niks oplevert -je wordt zo merkwaardig helder op zo`n moment- en ik mijzelf moest draaien. Ondertussen zag ik boven, onder en naast mij stukken berg, puin, gruis en stof met mij naar beneden komen. Door de steeneiken -die hun blad in de winter vasthouden- was het zicht op wat zich onder mij bevond mij ontnomen. Daardoor wist ik niet hoeveel meter val mij te wachten stond. Het zouden er meer dan tien kunnen zijn, bedacht ik mij.

¡Yes!

Ook zoiets dacht ik echt, want ik zag dat mijn baan al binnen drie meter op de grond zou eindigen en dat ik nogeens drie meter lager een (steil) stuk grasland tegemoet ging. Gek, maar ik dacht: schrammen, pleisters, kneuzingen en hooguit wat breuken. Dat wordt het.

En dat werd het. Hardhandig contact met de grond, nog een soort salto toe en ik lag in het weiland. Groggy, met een bloedende hoofdwond, wat kneuzingen en schaafwonden.
De alternatieve scenario’s zal ik u onthouden, want ik krijg zelf al buikpijn als ik eraan denk.

Ziek

November 26th, 2004

Het is donderdagavond, 23.06 u. en ik vrees voor mijn nachtrust.
Eerst werden de mensen die deze week bij ons in een apartement verblijven ziek. ¿Kip, ei of het water? Het was niet duidelijk. Franka heeft zich een paar dagen liefdevol over hun kleine ontfermd.
Daarna voelde ik mijzelf gisteren halfgaar (ik neem aan de meeste infectueuze gebeurtenissen deel, maar meestal in milde vorm gelukkig). Vanmorgen bij het opstaan zei Franka dat ik niet te wild uit bed mocht stappen omdat zij zich zo beroerd voelde om vervolgens de hele dag doodziek in bed te verblijven. Tenslotte (¿?) begonnen vanavond eerst Tim en daarna Suus met overgeven en hevige diarree in een alarmerend alternerend ritme.
Als we geluk hebben (vooral de zieken, maar ik voel mijzelf niet alléén als liefhebbende vader erg betrokken) zijn Suus en Tim nu leeg.
Zo niet, dan vrees ik nog een aantal keren deze nacht de kinderen te moeten ondersteunen naar de WC, spuugbakken te legen en/of bedden te moeten verschonen.

Van mijn eigen vroeger kan ik mij niet meer zo goed herinneren of dergelijke zorg mij met intense gevoelens van liefde & dankbaarheid voor mijn ouders vervulde.

Ik hoop dat mijn kinderen dat later beter zullen doen.

« Previous PageNext Page »