Jaco’s weekjournaal

Asfalt(h)eren

November 5th, 2004

Wij hebben een naodwnod (nieuwe asfaltlaag op de weg naar ons dorp) gekregen. Bij u, lezer, betekent zulks niet meer dan, indien u zo ongelukkig bent de werkers aan de weg aan te treffen tijdens één van de door u te volbrengen bv (belangrijke verplaatsingen), enige tijd oo ( onvoorzien oponthoud). Bij ons is dit anders.
De weg naar ons dorp is grotendeels zo smal dat auto’s elkaar niet kunnen passeren. Laat staan asfalteermachines en vrachtwagens. Dat impliceert dat de weg bij werkzaamheden wordt afgesloten voor alle verkeer behalve voetgangers en fietsers. Om een voorbeeld te noemen: Het transport van- en naar school valt dus gedurende drie dagen stil. Of moet in elk geval improviserend worden opgelost (te denken valt aan het plaatsen van auto’s aan beide kanten van de asfalteertrein).
Bovendien dient de weg voor aanvang der werkzaamheden zo goed mogelijk te worden gereinigd. Bij ons is er voor zulke aktiviteiten om de één of andere reden nooit geld opgenomen in de begroting. (Alhoewel de mij bekende wegenbouwers, waaronder onze voormalige burgemeester, niet direkt de indruk wekken armlastig te zijn. Qua huisvesting, vervoermiddelen en dergelijke. Ik kom echter zelden bij hen over de vloer, misschien zitten ze binnen wel op sinaasappelkistjes op een houtje te bijten.) En dus komt de buurman aankloppen met het verzoek of wij de reinigingsaktiviteiten gezamenlijk, met alle mannen van het dorp, recht van lijf en leden, zullen volbrengen.
Die ene buurman is 72, overigens goed gezond. De andere buurman is 89 en wordt tegenwoordig meestal gepasseerd bij de planning van dit soort werkzaamheden. De volgende buurman is 46, WAO’er en meestal erg druk met zijn eigen werk. De vierde buurman is een buurvrouw en dat telt toch niet zo. De één na laatste buurman wordt door de rest beschouwd als een paria (voor welk standpunt argumenten zijn aan te dragen) en derhalve genegeerd. Rest ons de boer, ons zelfbenoemd opperhoofd, zich zeer verantwoordelijk voelend voor een goede voortgang der werkzaamheden. Dit brengt met zich mee dat zijn toeziend oog geen beweging van wie dan ook, behalve zichzelf, mist.

Door de burgemeester was ons nog haar voltallige buitendienst (onze gemeente bestaat uit 13 dorpen) bestaande uit die ene meneer van gemeentewerken ter beschikking gesteld. Op mijn opmerking dat zijn bezem zich op een gegeven moment wel erg eenzaam begon te voelen, verklaarde hij dat dit werd veroorzaakt doordat zijn baas na een halve ochtend werk te vermoeid was om hem gezelschap te houden.
U voelt hem al aankomen. Ik heb weer eens gedurende een volle week in gezelschap van een 72-jarige met gemengde gevoelens mijzelf ter meerdere verrijking van asfaltheer Luis de rug, polsen, ellebogen en schoudergewrichten kapot staan hakken en vegen.

Het nieuwe asfalt ligt er strak bij, dat zeker. En mocht u onverhoopt deze kant opkomen: gedurende 3′ 27′’ heeft u de tijd om over de verschillen tussen uw en mijn positie op deze wereld te contempleren.

Het asfalt ligt er mooi bij

Steenmarter

October 29th, 2004

Zaterdagavond bij het intreden van de schemering zag ik ineens een dier met staart over de weg beneden ons huis aan komen hobbelen. Toevallig had ik weer last van mijn hernia waardoor ik half over de bar heengevouwen met mensen “stond” te praten. Mooi wél even de enige positie om datgene te zien wat ik zojuist beschreef.

Groot alarm geslagen, kinderen voor de tv weggerukt en gewapend met onze nieuwe digitale camera op pad - zie bijgaand plaatje. Joep meende te constateren dat het diertje blind was, wat best zou kunnen. Helemaal goed was het zeker niet. Het liep niet weg, reageerde sowieso niet op de aanwezigheid van Franka en de kinderen. (Ik lag nog steeds dubbelgevouwen over de bar.) Het door de kinderen aangereikte kipkroketje at het beestje wel op.
Na enige twijfel kwamen wij met zijn allen tot de conclusie dat het een steenmarter was. Voor boommarter te weinig geel zeg maar.
De volgende morgen gingen Tim en Joep nog in pyama kijken. Het diertje lag nog steeds op de plek van de kroket, bewoog niet meer, wat de jongens tot de slotsom bracht dat het vermoedelijk was overleden.
Met een zoogdier dat voor je huis het leven laat, is er maar één gepaste handelswijze: het op waardige wijze bijzetten van het beest.
Bij ons worden doden niet begraven maar in bovengrondse kelders bijgezet. Dit bracht onze mannen er kennelijk toe een soortgelijk graf te formeren. Het stapelen ván stenen is bij ons natuurlijk sowieso wat makkelijker dan het hakken ín gesteente.
Nadat de ceremonie was voltrokken kwam tijdens de evaluatie de hypothese naar voren dat ons vriendje slechts sliep. Toen bleek direct een tweede voordeel van het mausoleum: zonder omhaal van woorden werd de marter weer tevoorschijn gehaald.
En toen er gisteren nieuwe kinderen kwamen, gebeurde dat opnieuw. Dikke kans dat volgende zomer de botten van de marter aan iedere belangstellende worden getoond.

het mausoleum van de steenmarter

Stierenvechten

October 9th, 2004

Als ik het nieuws goed heb begrepen heeft de gemeenteraad van Barcelona voor wereldnieuws gezorgd door het stierengevecht te veroordelen. De burgemeester (sociaal-democraat) vindt het niet noodzakelijk ook daadwerkelijk tot een verbod over te gaan, eerstens omdat er feitelijk nauwelijks meer stierengevechten plaatsvinden in Barcelona, en tweedens omdat een verbod ook weer zo erg een verbod is.
¿De vraag, waarvan ik mij afvraag of het antwoord is doorgedrongen tot de rest van de wereld, is echter volgens mij waarom de stier nou plotseling tot
animal non grata moet worden verklaard? Dat zit zo’n beetje zo. Catalanen hebben per definitie een hekel aan alles wat Spaans is. De stier is het symbool van Spanje en daarmee dus een verdorven dier. En het vechten tegen stieren (de arena in Barcelona is een kleine vijfhonderd jaar in gebruik) een verderfelijke gewoonte van in vieze glitterpakjes gestoken pseudo-mannen. Denk ik.
Bij de laatste verkiezingen voor het Catalaanse parlement heeft de ERC een reuzensprong voorwaarts gemaakt. ERC staat voor Linkse Republikeinen van Catalonië. Inderdaad bestaan er niet veel politieke constellaties waarbij je links, republikeins en nationalistisch tegelijk kunt zijn. Hier kan het.
Het belangrijkste politieke strijdpunt van die ERC is het zogenaamde “begrotingsevenwicht”, hetgeen wil zeggen dat Catalonië niet meer belasting

aan de centrale regering mag afdragen dan het terugontvangt. Voor een linkse partij een tamelijk rigide standpunt, want toevallig is Catalonië één van de rijkste provincies van Spanje, en dus wordt door links en rechts het “solidartiteitsbeginsel” verdedigd. Door links en rechts, maar niet door de
ERC. De voorman van deze partij (die laatst in Frankrijk met ETA-leiders aan het overleggen was om in ieder geval geen aanslagen in Catalonië meer te
plegen, Catalanen houden van Basken) verklaart doodgemoedereerd in een interview dat hij best solidair wil zijn, maar dan met mensen die het echt
nodig hebben. Als voorbeeld wordt dan de bevolking van (voormalig) Spaans Sahara aangehaald, die natuurlijk zo’n rot leven hebben door het Spaanse imperialisme. Al met al een beetje een vunzige combinatie van trotskisme, nationalisme en welbegrepen eigenbelang die echter bij de laatste
verkiezingen meer dan 20% van de stemmen behaalde.

En daarom zijn wij in Catalonië van links tot rechts plotseling tegen stierenvechten. Zelfs de conservatieve nationalisten (zo hoort dat) die hier
meer dan twintig jaar de alleenheerschappij hebben gehad en nu graag vrindjes met die ERC willen zijn, steunden de motie.
Wij Nederlanders zijn natuurlijk altijd al tegen stierenvechten als vorm van dierenmishandeling geweest. Daarom stoppen wij onze stiertjes in veilige
houten hokjes zodat er geen stierenvechter meer bij past.

Sant Jordi

June 26th, 2004

Jordi, de heilige die via de omweg van Johan & Danny Cruijff zoveel Jordaanse jochies aan hun naam heeft geholpen, is de patroonsheilige van Catalonië. En van het boek. Jordi verjaart op 23 april, dus vandaag is het feest. Ter gelegenheid van het feest is er een boekenmarkt in het dorp beneden (en in alle andere dorpen), is de plaatselijke bibliotheek vandaag gesloten en geeft iedereen een rode roos aan …… en dat weet ik nou weer niet precies. Wel weet ik dat er ieder jaar een paar miljoen rode rozen uit Aalsmeer worden aangevoerd en ik weet ook waarom Jordi heilig is verklaard. Dat verhaal gaat ongeveer zo.

Er was eens een land waar een draak woonde. De draak moest iedere dag een schaap hebben om te eten. Op zekere dag waren de schapen op. De draak nam ook genoegen met een kind, en aldus geschiedde. Na verloop van tijd, het was een land dat geregeerd werd door een heel eerlijke koning, kwam de prinses aan de beurt. Het hele paleis in peilloos verdriet gedompeld, iedereen huilen, je kent het wel. Toevallig kwam de dappere Jordi aan op zijn paard en vroeg waarom iedereen in het paleis zo moest huilen. Nadat hem de reden uit de doeken was gedaan, zei Jordi: ”¡Dat is veel te gek, daar ga ik iets aan doen!”, stapte op zijn paard en reed in galop in de richting van de draak. Die was nog niet toegekomen aan het nuttigen van de prinses, zodat Jordi de draak met een welgemikte slag van zijn zwaard kon doden en de prinses redden. Deze versie heb ik in elk geval een keer opgevoerd gezien bij een kindervoorstelling hier in de buurt.

Het bloed van de draak wordt gesymboliseerd door de rode roos. ¿Maar dat boek? geen idee. En wat ik echt niet begrijp is waarom de Paus zich met zo’n verhaal om de tuin laat leiden en zo’n vent heilig verklaart.

Ezels

June 19th, 2004

De Osborne-stier is in de loop van de tijd het symbool voor Spanje geworden. Zowel in de rest van de wereld, als in Spanje zelf. In Spanje zelf is het bovendien synoniem met iets wat hier “españolisme” wordt genoemd. Dat begrip houdt volgens mij zoiets iets in als de Nederlandse tulpen, molens en klompen, maar dan gelardeerd met een vals sausje zelfhaat.

Hoewel het begrip zelfhaat ook niet helemaal goed is. Voor veel Catalanen bijvoorbeeld is het begrip Spanje iets dat geheel buiten henzelf ligt. Evenzeer geldt dit voor Galiciërs, Basken, Valencianen, Balearen & Canariërs. Logisch doorredenerend betekent dit uiteraard dat Spanje niet bestaat, in ieder geval dat de betreffende bevolkingsgroepen geen deel uitmaken van Spanje. En zoals je God moeilijk kunt haten als hij niet bestaat, geldt dit ook voor jezelf.

In ieder geval is er in Catalonië een sticker-actie op gang gekomen als tegenkracht tegen de Osborne-stier als symbool voor Spanje. De ware Catalaan plakt zich tegenwoordig een ezel op de auto. De ezel vertoont vormtechnisch gelijkenis met de bekende stier. ¡Leuk! dacht ik. Want van mijn kinderen heb ik begrepen dat als iemand je hier “burro” (ezel uiteraard) noemt, dit hier niet als compliment moet worden opgevat. En een beetje zelfspot mag bij mij op een warm onthaal rekenen.

Ik was zelfs al zover dat ik serieus overwoog uit solidariteit -van (Catalaans) nationalisme moet ik niks hebben- een sticker op mijn auto aan te brengen. Voor de zekerheid had ik het vanmorgen nog even gedubbelcheckt bij mijn kinderen. Alles leek in orde. Totdat ik vanavond de krant van een paar dagen geleden nog eens doorblader voor deze definitief aan het oudpapier toe te voegen. Daarbij stiet ik op een interview met de ontwerpers van de ezel. De foto van twee uiterst serieus kijkende dertigers beloofde al niet veel goeds, en, verdomd, zonder een krimp te geven motiveerden zij hun keuze voor de ezel: vastberaden, arbeidszaam en volhardend. Precies die hoedanigheden die in Spanje aan Catalanen worden toegekend. En waarop wij, Catalanen, fier zijn.

Gemeen als ik ben dacht ik: gespeend van zelfspot, die zou je er ook nog aan toe kunnen voegen (2x).

Lekker skiën

April 19th, 2004

Er zijn van die dagen, u kent ze wel, dat het niet allemaal even lekker loopt. Zo’n dag had ik gisteren. Het einde van het skiseizoen nadert, en dus organiseerde de skiclub waarvan wij lid zijn het einde-van-het-seizoens-feest-met-wedstrijden-voor-allen-en-eten-toe.

Zelf zijn wij de gelukkige en trotse ouders van drie kinderen. Een buurvrouw uit ons dorp heeft sinds erg kort ook drie kinderen. Vanwege onze aanbevelingen zijn haar oudste twee kinderen lid geworden van dezelfde skiclub als wij. Daardoor had ik gisteren ineens vijf kinderen te managen
toen de skiwedstrijden losbarstten. Onze kinderen, 9, 7 en 5. En als extraatje Llorenç (6) en Violeta (5). Franka zou beneden blijven, voelde zich niet lekker, en Montse, de moeder van Llorenç en Violeta diende bij Max (0) te blijven. Al was het maar om hem te voeden.

Op het moment dat dit scenario werd ingevuld wisten wij, de ouders, nog niet dat de skiwedstrijden helemaal bovenin het skistation zouden worden
gehouden. En niet, zoals vorig jaar, gewoon beneden bij het restaurant. Is toch anders. Het soort kleine details die het verschil uitmaken tussen
winnen en verliezen, zoals JC het zou zeggen. Hoe het verder zij, de kinderen moesten in de stoeltjeslift, een tweezitter. Suus is voor alle stoeltjesliften groot genoeg. Joep, Tim en Llorenç zijn in afnemende mate vertrouwd met het fenomeen. Bovendien heeft Joep twee jaar geleden bij een val uit de stoeltjeslift zijn kniebanden gescheurd, waardoor zowel hij als Llorenç een enigszins getroubleerde relatie met de stoeltjeslift hebben gehad. Van Violeta wist ik zeker dat ze begeleiding van een volwassene nodig zou hebben.

In tegenstelling tot het vraagstuk van de wolf, de geit en de kool die over de rivier moeten worden gebracht, zijn er allerlei manieren om deze puzzel
tot een oplossing te brengen. De veiligste manier is om als volwassene met steeds één kind omhoog te gaan, terug te skiën, en de volgende mee te nemen. Behalve dat het omslachtig is, moet je er zeker van zijn, dat de kinderen beneden op hun beurt blijven wachten én dat de kinderen die boven aangekomen zijn niet voor de lol naar beneden skiën. En je moet je zelf ook een beetje te vertrouwen zijn.

Uiteindelijk koos ik voor de oplossing waarbij Suus met Llorenç als eerste naar boven zouden gaan (Suus is een kind met een groot
verantwoordelijkheidsgevoel). In het tweede stoeltje wilde ik Joep en Tim plaatsen, waarbij ik de liftbegeleider dacht te gaan assisteren bij het
instappen, mochten zich daar onverhoopt problemen bij voordoen. Bediening van veiligheidsbeugel en uitstapvaardigheden leken me bij dit team ook voldoende. En in het laatste stoeltje Violeta en ik. Alles onder contrôle. Tot mijn intense voldoening liep het op rolletjes: Suus en Llorenç zwaaiden mij vrolijk toe; Joep en Tim, de sneeuw lag hoog onder het instappunt, zag ik de beugel onmiddellijk naar beneden doen. Ik draai me om, om mijn ski’s aan te gaan doen en Violeta op te halen……….. Staat naast mij een grote rode helm verwachtingsvol te glimlachen. Zeg tot tweemaal toe tegen de liftbegeleider dat deze lieve helm niet, ¡ik zeg niet! in mag stappen, waarop deze behulpzame man het meisje optilt (ik denk, om te zorgen dat het aanstormende stoeltje haar niet wegmaait) en in de lift deponeert. Zelf was ik opzijgestapt voor het naderende stoeltje, en kon er dus niet meer bij. Schreeuw, behoorlijk in paniek: Stop, Stop…….Jezus, zet dat ding stop man (dat kunnen ze, die liftbegeleiders) en hoor in mijn oorhoeken de moeder van Violeta hetzelfde gillen.

Tegen de tijd dat ik zover bij zinnen was dat ik de stopknop begon te zoeken, was Violeta 20m verder en 10m hoger. De veiligheidsbeugel onaangeroerd. Zinloos, te laat. Gelukkig goed afgelopen, zoals de meeste bijna-ongelukken gelukkig goed afgelopen. Maar wat duurden die tien minuten lang, lang, voordat ik uit kon stappen en ik alle kinderen gezond en wel kon begroeten. Ik heb er nog steeds een beetje buikpijn van.

Topkoks

April 19th, 2004

Niet dat het iedereen in Nederland voor in de mond zal liggen, maar toevallig hebben wij hier in Catalonië de beste kok van de wereld. Hij heet Ferran Adría en drijft een restaurant dat “El Bulli” heet. Dat betekent geloof ik “Het Fornuis”. En om te illustreren dat ik niet Catalaanse Nationalistische propaganda naklets: het afgelopen half jaar hebben de “New York Times”,” Le Monde” & “The Financial Times” dit gemeld. Althans dat zeggen de Catalaanse Nationalistische kranten.

Zoals het een echte wereldkok betaamt, is hij autodidact. Vrij jong ook (begin 40) en komt hij over als een aardige gast, op zijn Haags. Gastheer, zou hier beter passen. Nou ja, kom je nog eens aan de Catalaanse kust, kun je het je veroorloven een paar ¤¤¤’s aan het eten te besteden. Beslist de moeite waard, tijdig reserveren. Het leukste van Ferran Ardría vind ik dat hij tussen Kerst en Pasen zijn tent sluit. De argumentatie luidt ongeveer als volgt: de mensen hebben in december en begin januari (Drie Koningen, dat is hier Sinterklaas) veel geld uitgegeven. Ze zijn een beetje feestmoe en hebben weinig zin om veel geld aan (uit)eten uit te geven. Bovendien is het aanbod van vers in die periode van het jaar minimaal & duur. Dus Ferran stuurt zijn personeel, op zijn twee beste secondanten na, naar huis en gaat doen wat hij het leukste vindt: koken. Iedere ochtend vroeg gaan ze met zijn drieën naar de markt, kopen wat hen voor de voeten komt, en hup: achter de bulli.

In ieder geval bij de schrijvers van de Michelin-gids is het nog niet bekend dat wij ook best aardig koken. Toch had ik best een beetje het Ferran-gevoel toen ik zondagmiddag met een Yam, twee bakbananen (dat zijn dingen die hier in de bergen pas sinds kort met enige regelmaat op de markt te vinden zijn), een keukenmachine, een pan, een friteuse, een koekepan, zout, peper en kruiden achter het fornuis plaatsnam om een snack te maken die onze kinderen lusten & eventueel later als er gasten zijn nog eens als tapa op tafel kan worden gezet.

Laat ze maar komen die mannen van de Michelin-gids. Wij lusten ze rauw!

Eekhoorns, vossen, dassen, gemzen, muizen & maden

March 26th, 2004

Eigenlijk geloof ik het zelf ook niet helemaal. Begin ik met het opschrijven van de week-wederwaardigheden, word ik eerst ongewild de redder(?) van een vale gier, om vervolgens in drie dagen tijd te worden geconfronteerd met: 2 eekhoorns, 3 vossen, 1 das en 1 gems. Behalve de vossen, die we waarnemen tijdens het wegbrengen/halen van buitenschoolse bezigheden, allemaal bij ons huis.

Kinderen druk met computerspelletje, papa kijkt even naar buiten, zich afvragend of de campingveldjes al aan hun eerste maaibeurt toe zijn. Blik
valt op eekhoorn. Altijd leuk, zo’n heen en weer huppelend beestje. Blik blijft even hangen, en dwaalt verder. Valt blik vervolgens op gems die iets
verder achter het huis peinzend naar mij staart. ¿Ziet hij mij? (Gemzen alleen zijn meestal mannetjes.) Lukt zelfs om kinderen even achter het
scherm weg te lokken (aan eekhoorns begin ik al niet eens meer). Op het moment dat kinderen toch wel een beetje druk voor het raam heen en weer
staan te springen, besluit gems zich ons zijn witte achterste toe te keren en loopt rustig weg. Tim (5) heeft hem volgens mij niet gezien, maar is
gelukkig altijd bereid een geloofwaardig verhaal op te hangen over de door hem gedane waarneming. Het had ook een Hulk kunnen zijn, zeg maar.
De volgende dag reden Suus (9) en ik terug van één van haar buitenschoolse activiteiten. School duurt hier tot 17.00 u, dus naschools is half

nachtwerk. Onderweg zagen we vier puntjes oplichten in het donker naast de weg. Suus zag de dikke staarten. Bingo. Vossen. Twee minuten dichter bij huis, hupte, ook voor mij duidelijk zichtbaar, een vos over de weg. Prijs. Ruim een minuut later, vlak bij huis, waggelde een dier over de weg waarvan het leek, ik kan het niet beter beschrijven, of de heupfraktuur slecht was geheeld. Jackpot. ¡Een das!

Zoals de lezer kan constateren houden wij erg van al wat leeft. Zozeer zelfs dat ik meer dan een week vergeten was naar de muizenval te kijken (in Spanje kun je tweepersoonsmuizenvallen kopen, het werkt nog ook). De val was gevuld met twee muizen die zich kennelijk niet tegelijk in de val hadden gestort, want de ene muis’ haar buik zat vol met maden. Hoeveel het er precies waren, heb ik niet geteld.

Voorjaar

March 25th, 2004

Op 13 februari zag ik bewust de eerste zwaluwen vliegen boven Casa Surp, het huis dat ik aan het verbouwen ben. Toen was het guur, en behalve de spreekwoordelijke zwaluwen was er niets dat er op wees dat het voorjaar er aan zat te komen. Inmiddels is dat wel anders. Als er ooit terecht sprake was van zwangere luchten, uitbottende enz. enz. dan is het nu wel. Schreef ik eind vorige week.
Op dat moment was ik nog van plan om vervuld van lyriek uit te gaan wijden over de tekenen des natuurs die op een nakende weersverandering duiden.

Zoiets.

Maar, om in volks- en andere wijsheden te blijven grossieren: maart roert ook hier in Spanje zijn staart:

  • Want inmiddels is er zoveel sneeuw gevallen dat van de narcissen alleen nog maar de bloemen te zien zijn.
  • Is de temperatuur zover gedaald dat mijn waterkuip naast de betonmolen voor de helft is gevuld met ijs.
  • Is de Port de la Bonaigua afgesloten in verband met lawinegevaar.
  • Lang leve de lente!

    Het voordeel is wel dat ik vreesde te moeten beginnen met maaien, maar dát kan nu nog even worden uitgesteld.

    En mijn lyrische uitspatting bewaren we voor een volgende keer.

    Nieuwe fietsroutes

    March 15th, 2004

    Onze webmaster roept dan bijvoorbeeld dat de informatie over fietsen wel een beetje uitgebreider kan, nieuwe routes misschien? Zo kwam het dat ik
    afgelopen zondag, Tim achterop, Joep ernaast op zijn eigen fiets, op de fiets naar de markt ben geweest. Beste mensen: leuke tocht, afwisselend, uitstekend te doen met kinderen! Maar dat was oud nieuws. Het ging om nieuwe tochten. Franka had tijdens een wandeling de week ervoor een “mogelijk nieuwe route ontdekt”. Stond weliswaar op geen enkele kaart, maar wij meenden beiden in het bladarme bos een lijn te ontwaren, zelfs vrij vlak, zo te zien, die een leuk nieuw & alternatief MTB-circuitje zou kunnen zijn. Misschien wel te fietsen met kinderen! Gelukkig zo verstandig om de eerste proefneming zonder kinderen te doen. De eerst mogelijke toegangsroute begint als een leuk gebetonneerd pad naast de camping. Een kleine kilometer verder eindigt het, nog steeds op beton, met een onbekend stijgings%. Wel zoveel dat mijn voorwiel losraakt van de grond als ik probeer aan te zetten. Geen aansluiting met mogelijk bospad te zien, dus terug. Lekker snelle afdaling, voor sommigen. Lijkt me minder geschikt voor kinderen.
    De tweede mogelijke toegangsroute vertoont gelijkenis met de eerste. Alleen niet gebetonneerd. En ook geen bospad te zien. De derde mogelijke toegangsroute leek me op voorhand eigenlijk te steil. Zeker voor kinderen. Maar bestaat dat bospad nou wel of niet? Omhoog, na iets meer dan vijf meter wordt fietsen te zwaar: modder, steil, grote stenen. Boven me lonkt het bospad nog steeds, dus met fiets aan de hand de beklimming aangevangen.
    Het was zondag, ik ging even naar de markt, dus ik had mijn sloffen aangehouden. Tijdens het fietsen bleek dit geen voordeel, maar wandelend
    over een modderig, steil pad met de fiets aan de hand leek het mij zelfs een nadeel. Nog altijd zie ik verlangend uit naar de beloning die boven

    ongetwijfeld volgen zal: “De ontdekking van een prachtige nieuwe fietsroute vlak bij ons, tevens zeer geschikt voor kinderen!”

    Heeft Columbus bij leven geweten dat zijn India een handvol Caraïbische eilanden was? En zo ja, vond hij dat dan vervelend? Bij leven heb ik in ieder geval voor de zoveelste keer ontdekt dat vlakke, de hoogtelijnen volgende, paden in een overigens zeer geaccidenteerd terrein eigenlijk altijd iets van doen hebben met (oude) irrigatiekanalen. Zo ook dit beloftevolle “bospad”. Geïmponeerd door het werk dat onze voorouders in dít landschap hebben gehad aan het aanleggen van het kanaal was ik zeker. Toch, gemengde gevoelens. Conclusie: we gaan zeker door met het verkennen van nieuwe
    routemogelijkheden. En passant zullen we ongetwijfeld nog de nodige rimpelingen in het landschap ontdekken.

    « Previous PageNext Page »